W8
Ook dit jaar hadden de mènne van Swift hun zinnen gezet op de Grote Prijs Vijfhuizen. Vorig jaar débuteerde rupsje er met frisse tegenzin als tijdrijder—dat was lachen. Het criteriumi reed 'ie van start tot en met finish—dat was gieren. En met zijn einduitslag (10e bij de Amateurtjes B) kwam rupsje voorwaar in de KNWU-annalen—dat was brullen. Dit jaar gaat de GP5, wat rupsje betreft, de blogs in als de W8. Want het was vooral wachten, dat de klok sloeg.
Wachten tot de Nixxan was volgeladen met de omnium-attributen van Corniel: koersfiets, tijdritmachine, gewone helm, gekke helm (aero-dynamik), Tacx, warmrijdwiel, vliegwiel... Dit keer werd niets vergeten. Rupsjes carbonneke kon er nog maar nét bij.
Wachten terwijl in de file de voornoemde Masters of Logistics—VDB, De Beuli en Rapido waren separaat onderweg—alsnog veranderden in stresskipjes. De A4 bij Roelofarendsveen op zondagochtend... altijd lastig. (Kan Rijkswaterstaat die van A- naar ver-B-teringen niet gewoon tijdens de reguliere, doordeweekse ochtendspits uitvoeren?) De ruitenwissers wisten zich amper raad met het hemelwater; achterop, op de trekhaakdrager, stonden Corniels criteriumtitaantje en rupsjes multi-functionele plastiek sur place te verslechteren—tot groot vermaak van de niet-wielrenners in de file. De USB-doom hield de stemming er nog enigszins in, maar ik heb wel eens relaxtere verplaatsingen meegemaakt.
Wachten op het startschot voor de proloog, die met tenminste vijf kwartier was vertraagd (vanwege een overvol programma en problemen met de electronische tijdwaarneming, of zoiets). Ruim voldoende voor een warming-up én voor een cooling down. Pluvius was inmiddels ook neergestreken in 'Vijfsluizen', dit maal zonder medenemen van Moraal.
Wachten op Master nummer 245, die vóór mij zou starten maar niet kwam opdagen. Gissen dat mijn tijd gekomen was en die '3-2-1' bedoeld was als sein om mezelf 'ns flink te gaan afbeulen, maar niet voordat de spekgladde afdaling van het startpodium was genomen en de de 'lekker lopende' klinkertjes de testosteron in het chamois deden kolken.
Wachten totdat de door De Beul ter beschikking gestelde carbonwielen niet meer alle kanten opstuiterden en ik eindelijk in VDB's opzetstuurtje kon gaan hangen: iets minder 'Graeme Obree' dan vorig jaar, maar nog steeds UCIi-illegaal, vermoedelijk, en hoogst oncomfortabel, op zeker.
Wachten met gas geven: te onstuimig starten is slecht voor tijdrijden in het algemeen en de Brucodiesel in het bijzonder. Tien kilometer moet je, tegen de klok, ook weer niet teveel doseren, dus na kilometer één probeerde ik toch maar eens 'aan te zetten'. Tevergeefs. Ik zocht naar ritme, 'positie' en snelheid, maar draaide vierkant. Schuimbekkend en naar de signals loenzend 'sneed' ik door de wind. Niks woesj woesj; hoezo endorfine-euforie? Dit 'secondenspel' leek wel een eeuwigheid te duren. Één tijdrit per jaar is misschien wat te weinig van het goede...
Wachten op de uitslag. 00:15:25.827 was 'goed' voor een zestiende stek bij de Masters. En voor een AVSi van 38,9 km/h. Warm kon ik daar niet van worden. Van het weer tijdens het eindeloze lummelen tussen de bedrijven door ook niet. Van de gezelligheid dan weer wél.
Wachten op de start van het criterium. '15:30' werd 16:00... 16:15... 16:30... 16:45. Deemstering in Vijfhuizen. In de verte klonk een donderslag; precies boven het parcours begon het te hozen. De mènne—zij die nog geen veiliger heenkomen hadden gezocht—vroegen zich onder de 'partytent' af: 'Waarom, in 's hemelsnaam?' Intussen veinsde ik Moraal en liet de pijpenstelen inwerken op mijn stramme zuurstokken, tijdens een rondje parcoursverkenning ('Waar lagen die putdeksels ook alweer?'), c.q. freezing-down.
Wachten op 'Miss Feestweek', die door de vertwijfelde jury maar tenauwernood kon worden overgehaald ons ceremonieel weg te schieten. Was het naastenliefde? Was het de gedachte straks na 33 ronden een van deze smeerkezen te moeten schoonlikken? We zullen het nooit weten. Rupsje tenminste niet.
Wachten op de eerste schuiver (Amateur Angst, the remake). Ik hield er rekening mee dat we in de laatste bocht 'iets zouden kunnen tegenkomen', maar afgezien van een ordinaire klapband op twee meter van mij vandaan (zonder erg), bleven 'incidenten' uit.
Wachten op het ontdooien van de 'jus' in mijn benen. Die werd node gemist, aangezien er vooraan hard aan werd getrokken en de race off the bottom in ronde twee al in volle gang was. Nog steeds bevangen door de kou en weinig genegen tot 'bumperkleven' hield ik mijn plek op het lint maar moeilijk vast. Gaatjes vullen doe ik, als ik een van mijn zeldzame goede dagen heb, met alle plezier. Met deze ch'tramme zuigers was het evenwel slecht flossen. Na drie ronden besloot ik 'impulsief' (dus daar heeft het Brucobrein nog wel even werk aan) tot een DNFi. Corniel liet zich dat geen twee keer zeggen en verliet tegelijkertijd de koers, ofschoon (of: omdat?) 'ie toch een goede proloog had gereden.
Wachten—maar nu met instemming (én gehuld in warme kledij)—op de Swifters die de W8 wél tot een goed einde brachten. VDB (4e B-Amateur), De Beul en Rapido (respectievelijk 10e en 11e in de einduitslag bij de Masters) overleefden de snokken van met name De Bloemist (veelwinnaar Burggraaf) en gaven deze grauwe dag toch wat glans. Klasse!
Wachten, wat rupsje betreft, op betere tijden.
Nicole Kuipers



















Corniel:
Ik ben een volgzaam type, dat blijkt. :)
Rapido:
en wij, in de overtuiging dat het Brucoweer was, maar w88 op die splijtende demarrage door de plassen...
Partytent:
Ik ben zelf ook blogger (in mijn steen koud Nederlands) en weet hoe veel tij het kost om je blog FRESH te houden. Keep up the good work!
Reageren