Zagen
Zesennegentig kilometer zagen ze aan mijn benen, de mènne van de Zotte Zondag. Stukje bij beetje word ik ontleed: meewerkend voorwerp... onbepaalde wijs... lijdend voorwerp. Ik ga door de mangel en eet genadebrood. Bepaling van gesteldheid: bij de beesten af.
Ook in het 'informele circuit' krijgt rupsje het niet cadeau. De wekelijkse clubrit voor gevorderden (en zij die daarbij aansluiting zoeken) mag dan niet gebukt gaan onder de zware last van veiligheidsspelden, jury-interventies en non-muziek; je moet er niet te licht over denken. De sunday slaughterers zijn van de 'wilde bond' (met maling aan KNWU-catechismus en NTFU-regelzucht); de openbare weg is hun werkplek; Zotte Zondag is koers. Uitslagen of klassementen worden niet opgemaakt, maar geslaagde coups en gesneuvelde reputaties worden wel degelijk in het collectieve geheugen gegrifd en—als het zo uitkomt—opgedist aan de stamtafel.
De Swift Tour Élite laat vandaag geen spaan heel van rupsjes comfort zone. Aanvankelijk lijkt er geen vuiltje aan de lucht. Ondanks jet lag, caffeïne-deficiet en trainingsachterstand draait het draait redelijk soepel, tussen het clubhuis en pakweg het kasteel Haarzuilens (hoe toepasselijk: uit mijn—oude—verenigingsculottes steken twee haarzuilen; de tabak moet nodig weer eens afgezaagd).
Het gezelschap is goed, de zon brandt wellustig en de route is fraai. De 'mannen-met-haast' van dienst zijn de Oud-Voorzitter, de Beul, de Zigeuner, de Dokter (niet te verwarren met de Tandarts), de Nieuwkomer en mijn persoontje. Eerstgenoemde wijst de weg en regelt de waaier. Er wordt lekker doorgekacheld (tussen de 35 en 45 per uur). Niemand verzaakt (opzettelijk/opzichtig); vijandige overnames blijven uit; kantklossen is vandaag niet aan de orde.
Toch gaat bij mij ongemerkt (en voor anderen overduidelijk: de Oud-Voorzitter komt tot twee keer toe met een sardonische grijns informeren of ik nog leef) het nekkie eraf. De hartslagmeter kraait S.O.S., ik zweet peentjes en mijn benen worden stram en willen van geen snelheid meer weten. Op kop houd ik het tempo niet lang vast; aan de pseudo-rekker moet ik harken als mijn kompanen met ogenschijnlijk speels gemak de Brucobarrière van 45 km/h doorbreken.
Na iedere kopbeurt—met z'n zessen ga je immers niet zitten linkeballen—vervloek ik mijn sociale inborst en mijn drang tot diepgaan; bij elke snelheidsovertreding, de mijne incluis, bid ik om een gesloten spoorwegovergang, een brug die open staat of, godbetert, een koffiestop.
In de—altijd lastige—aanloop naar De Hoef word ik voorwaar uit het wiel gereden. De Beul test zich voor het nakende clubkampioenschap tijdrijden en geeft er een ferme lap op, onderwijl peuzelt de Oud-Voorzitter doodleuk op een boterham en laat heel even lopen. Aan mij om het gaatje te dichten. Waarvan geen akte.
De Zotte Zondagsrijders hebben normaliter een broertje dood aan het principe 'samen-uit-samen-thuis'. Maar vandaag wordt er eventjes gewacht. Ik krijg gedoogsteun en mag weer tussen de wielen. Dat is een mooie geste, die ik op mijn beurt retourneer wanneer de Dokter en de Nieuwkomer erafwapperen, in de weilanden van Liemeer.
Tour Élite met een menselijk gezicht... Het moet echter ook weer niet verzanden in gezapigheid. Dus opent de Beul nog een speelkwartiertje. In het zicht van Zevenhoven démarreert 'ie (opnieuw, ben ik geneigd te denken) volle bak, van dik hout—wellicht met de intentie om alleen aan te komen op het Doesviaduct, waar de 'informele' finish is gesitueerd. Omdat niemand reageert, 'knal' ik er maar naartoe. Uiteraard sterft mijn fraaie counter in schoonheid. Ik parkeer op een meter of tien en gebaar de Zigeuner—die ook verre van fris zit, vandaag, maar waarschijnlijk met twee vingers in zijn neus naar mijn achterwiel is gesprongen—over te nemen. 'We zijn los!' jubelt hij. Maar ik krijg mijn kettingzaag niet meer aan de praat. Bovendien is de Oud-Voorzitter is op komst, met in zijn zog de nummers vijf en zes in koers.
Ze gaan erop en erover en zetten mij bij het slachtafval. Steeds kleiner wordt hun achteraanzicht; ik weet me gezien. Ik maak me op voor mijn Finale: een dikke twintig kilometer solo zuurtjes eten, verdiend. Geen punt, daar word je hard van. Maar dit is geen gewone Sunday Slaughter: de mènne hebben wederom erbarmen (en, wellicht, ook hinder van slijtage) en wachten me op in Zevenhoven.
Zo komen we (even afgezien van de viaductsprint, die ik natuurlijk niet heb betwist) 'samen thuis'. Ik zou er nog veel langer over kunnen doorzagen, maar laat ik het erop houden dat het een heerlijke koers... ehhh... training was. Ik zal de naweeën (fysiek verropt en mentaal aangescherpt) nog wel even blijven voelen; het 'rendement' hopelijk ook.



















Jan*:
Als ik dit verslag zo lees, is het sowieso een wonder dat je zondagavond die andere pedalen en stokken nog op 't vel hebt weten te krijgen...
Corniel:
Hmm, De Beul is in vorm. Dat is slecht nieuws. :(
Hopelijk komt die van jou langzaam boven drijven. Met het weer dat is voorspeld is er veel modder te happen deze dagen. :)
Reageren