Spijkenissigheden
De Eerste Wet van de Moddermathematica luidt: 'Hoe het parkoers er ook bij ligt en met z'n hoevelen we er ook aan beginnen, in een veldrit eindigt rupsje steevast op de één-na-laatste plek in de uitslag.'
Spijkenisse 2009, waarde lezers, tart niet met deze Wet. Net als vorig jaar open ik de Interclub Veldritcompetitie Zuid-Holland bij de Putse Renners Club Delta. Wederom kom ik uit in de A-klasse (een kwestie van te laat verjaren), de categorie 'een maatje te groot'. Maar dat deert niet; rupsje heeft crosslust!
Als het even kan, fiets ik naar de koers; ook als 't wat verder van huis is (à la 's-Gravendeel of de Wielerplaneet). Kilometers maken, wennen aan de Herfst en de Brucodiesel voorverwarmen. Maar Spijkenisse 'kan niet éven'; Leiderdorp-Spijkenisse-Leiderdorp is, voor een zaterdag in oktober, eigenlijk te lang.
Te laat vertrokken, weer eens verdwaald in Vlaardingen en... herinnert u zich déze nog-nog-nog... 'de brug stond open'. Dan kun je een frisse, ontspannen aanloop wel schudden, de parkoersverkenning wel op je buik schrijven. Dan ben je blij dat je überhaupt de start haalt. Het is maar goed dat de wedstrijdleiding de 'file-coulance' ook van toepassing verklaart op fietsforenzende mènne-met-haast. Binnen vijf minuten ontdoe ik me van rugzak, bidon, overtollige kledij en bandenspanning. Rupsje rijdt in één 'vloeiende' beweging de kleedkamer uit, de koers in.
Een droomstart, dus. Terwijl om mij heen de mènne naarstig zoeken naar hun pedalen of contstateren dat hun ketting tijdens de veld-warming-up is volgeklonterd, rijd ik op plaats plusminus 10 van 20 in één ruk de eerste hindernis op. Een steil, glibberig, maar doenlijk colletje-van-geen-enkele-categorie—da's de eerste verassing die de inventieve parkoersbouwers van de PRC in petto hebben. Naar beneden is lastiger: diepe, zompige sporen die een haakse bocht moeten voorstellen. Rupsje komt er doorheen... en zakt een paar plaatsen in de pikorde. Ook dát is een constante in mijn cross-'carière': inleveren.
Soit. Door de bomen het bos in. Amai, wat ligt dat er heerlijk glad bij! Ongelooflijk wat een beetje regen met de Spijkenisser klei doet. En wat die klei vervolgens kost aan wegligging en tractie. Maar zolang rupsje nog tussen de wielen rijdt, hoor je hem niet klagen (zijn naaste belagers wél) en zie je hem de handdoek niet werpen.
Met nog geen kwart van de omloop onder de wielen—en de modderschuit onder het slijk en de Brucosnuit vol met snot—wacht alweer hindernis nummer drie: een molshoop met een omgeploegde aanvliegroute. Alle hoogtepuntzoekende krachten zijn nodig om boven te geraken, maar door de spoorvorming red ik 't niet fietsend (pas in de allerlaatste ronde lukt me dat). De afzink (minstens zo steil) neem ik ook maar te voet: 'inklikken' lukt (weer eens) niet tijdig; mezelf 'ontkoppeld' naar beneden storten, is me iets te 'ongecontroleerd'.
We draaien en keren wat en het 'wasbord' doemt op. Dat is er niet neergelegd om de fiets te kuisen, maar om het ritme (voorzover daarvan sprake was) te breken. Op mijn pummelverzetje ploeg ik erdoorheen. De hartslag staat in de overdrive, de benen lopen vol en ik snak naar adem.
Die hervind ik enigszins op de vlakke rechttoe-rechtaanstrook die volgt. Eigenlijk zou ik die volle bak moeten aanvallen, maar met nog een kleine vijftig minuten koers voor de boeg opteer ik voor 'herstel' en behoud van coördinatie. Precies datgene waar hindernis nummer vier om vraagt: een balkje gevolgd door een U-bocht. Bruco is gek op balkjes; maar deze neemt 'ie verre van gracieus. Het 'hupje' terug de fiets op en het zoeken naar de pedalen in de bocht zullen er ook wel koddig hebben uitgezien.
Nog twee heuveltjes en de eerste
doorkomst is een feit. Eens kijken wat het gehannes Bruco heeft gebracht. 'Nummer 20, de Swift-man uit Leiderdorp', hoor ik de KNWU-meneer hardop tellen. Blijkbaar ben ik er hard doorheengezakt, door de Putse klei. Een blik over de schouder bevestigt: 'achter de achterhoede'. Rupsje moet dus aan de inhaalslag.
En in de clinch met Tim, van WTOS ('Wij trainen ons suf'—die Delftse studenten komen er tenminste voor uit). Vorig seizoen viel hem de twijfelachtige eer te beurt als Bruco's naaste concurrent door de Interclubcompetitie te toeren. Dit jaar zou dat wel 'ns opnieuw het geval kunnen zijn (ook bij gebrek aan nieuw bloed in onze categorie). Tenminste...
Ik vergeet de misérie van de eerste ronde, schakel een tandje bij en hark richting Tims achterwiel. Daar zit vaart in, maar niet zoveel 'richting'. In de meer technische passages verspeelt Tim kostbare seconden, waarvoor begrip en dank. Eindelijk een wedstrijd; het gevecht om de op-één-na-laatste stek kan beginnen.
We voeren ombeurten de forcing, in de ronden die volgen. En passant rapen we nog een collega-mindere-god op. Het begint er zowaar weer op te lijken! Zeker wanneer Tim eventjes lijkt te verslappen en zijn Eeuwige Rivaal moet laten gaan.
Die is echter niet te beroerd om de 'nodige' unforced errors te begaan. Rupsje heeft het patent op blubberbuitelingen. De bosglijbaan stuur ik verkeerd in en ga er bijna bij liggen; op hindernis nummer drie 'probeer ik 'ns iets nieuws' en gaan de rubbers up. Tim kan erlangs, gelukkig, en 'erover', helaas.
Uitgerekend (want ook dát is een modderwetmatigheidje) in het lauwst van de strijd, wanneer de Brucopijp leeg is. De rug (anatomisch gezien nu niet direct bedoeld voor de voortstuwing) speelt op; de motor pruttelt tegen; D3 is het hoogst haalbare.
Aldus voegt rupsje weer een 'op-één-na-laatst' toe aan zijn palmares. Met—voor eigen gebruik—de kanttekening dat Spijkenisse 2009 moddermathematisch zo slecht nog niet was: de 'negatiefscore' en de 'dubbeltelling' vallen beter uit dan vorig jaar. En, belangrijker nog, het was een 'vette cross', met dank aan de crossionado's van PRC Delta.
Helaas krijgt dit mooie beestje een heel naar staartje. Mede-fietsforens Tim en ik vatten gezamenlijk de thuisreis aan. Dat wordt mijn kwelgeest fataal: ergens ter hoogte van Pernis verliest 'ie door toedoen van een spoorwegovergangetje de macht over het stuur en kwakt hard tegen het asfalt. Daarbij verbrijzelt hij een pols. De receptionist en de dienstdoende EHBO-ers van Aluchemie bieden geweldige eerste hulp. Tim, lijkbleek van de schrik en—vermoed ik—van de pijn, moet naar het ziekenhuis worden gebracht. Dat kost hem zijn veldritseizoen en mij een dierbare opponent.
Beterschap, Tim!
Fotocredits: Kees van der Stoep, Heemskerkies, Harfoto, Wilco & Adri.
















Corniel:
Da's wel flink balen voor Tim. Wel een leuk verslag. Dank, dank!
Roel:
Wederom een hilarische blog, met uitzondering van het einde natuurlijk. Ik ga je volgend jaar dan toch echt vergezellen in de modder!
Reageren