Boys of Summer
Out on the road today I saw a deadhead sticker on a Cadillac. Don Henley bezingt zijn teloorgegane jeugd (en, wie zal 't zeggen, de mijne). Boys of Summer (1984), u weet wel: met die zeemeeuwgitaar. Ik mag me van mezelf eigenlijk niet laten meevoeren op dit oude-lullendeuntje, maar het komt lekker binnen—hier in het Rabobankfiliaal aan de Karel Doormanweg te Schiedam. A little voice inside my head said, "Don't look back. You can never look back."
Waarop zou ik moeten terugblikken, Don? Het envelopje dat ik hier—bij wijze van uitzondering—vorig seizoen heb getoucheerd? De openingsrit van dit cross-seizoen, in september jongstleden? De gemankeerde trainings'opbouw' sedertdien? De uitgebreide parkoersverkenning van zoëven, waarin ik het presteerde snoeihard onderuit te glijden? Remember how you made me crazy?
Bruco de gekste (I thought I knew what love was, what did I know?). Maar dit wordt, op zeker, niet mijn gekste cross ooit. Dit wordt een traditionele veldslag in de achterhoede. Ik waggel de coöperatieve bank uit, spring pseudo-sierlijk op de crossert en rijd richting de Schiedamse speedway. De koude slaat op mijn longen; na twee 'vormsprintjes' is 't daar, het 1500-meter-hoestje. I feel it in the air; the summer's out of reach.
Zo laat mogelijk aansluiten in de startrij, dus. En een minuutje later worden we weggefloten. Klik (pedaal), klik (versnellingspook) en op naar die drie balkjes. Daar is het drummen en uitkijken voor de fietsen die worden opgetild. Ik krijg bijna een achterwiel in m'n gezicht. Da's goed nieuws; ik zit er nog bij. Geen slechte start. I should just let them go but... I can see you.
In de eerste U-bocht overdrijf ik het een beetje; snijd hem heel scherp aan en moet even in de ankers om uit ramkoers te geraken. Koude drukte; verspilde moeite; losse flodder. Een stoet mede-diesels paradeert aan mij voorbij; de eerste cartouchei verschoten en niets opgeschoten. Dju! I'm drivin' by your house, though I know you're not home.
In de volgende 'technische' passage (een lekker grasdrekhellinkje) profiteer ik behendig—mag ik wel zeggen—van een wegtrekker van een mede-geklopte. I see you walkin' real slow and you're smilin' at everyone. Een blik over de schouder bevestigt: die is gezien. Maar vóór mij gaapt nog een enorme kloof. Daar mag ik nog een minuut of vijfenveertig doorheen soleren, hopend dat er iemand doorheen zakt.
Bruco ploetert gestaag voort, op 'jacht' naar een betere stek dan die vermaledijde op-één-na laatste (rugnummer '2', vandaag). Maar wat niet in het vat zit, verzuurt wél. Mijn 'turbo' weigert dienst; ik krijg 'hem' niet omhoog. (De hartslag blijft steken bij hoog-D3; terwijl je in een veldrit wordt geacht maling te hebben aan je omslagpunt.) I can tell you my love for you will still be strong, maar op de twee steile hellinkjes word ik alsmaar slapper. Om over het pedaalzoeken erna nog maar te zwijgen.
Gelukkig zijn er de aanmoedigingen van Il Boiai, papa Van der Werf, papa Steekers en de KNWU-spreekstalmeester (uitzonderlijk goed op dreef, vandaag). En ook de aanblik van FotoKoos geeft Moraal. Waarvoor dank. En... ik krijg eindelijk een tastbaar doelwit in het beslagen vizier. Een gozert in Wielerland-tenue, die nóg meer verrot zit dan Bruco. But babe I'm gonna get you back. I'm gonna show you what I'm made of. Opschakelen; erop en erover—op twee-na-laatste (en inmiddels twee keer gedubbeld door de hogepriesters van de Interclubveldritcompetitie Zuid-Holland). Geen fouten meer maken en uitrijden. Met een lege tank. En een 1500-meter-hoestaanval.
Doe mij nu maar een weekje Mallorca met Sven Nys. Beetje 'schaven' aan de techniek; beetje hair combed back and your sunglasses on, baby...
















Reageren