Plus één ronde
'In de werelt is veel gevaer', staat er op het voormalige Voorburgse jongensinternaat aan de Vliet. Ik ben al vaak aan die spreuk voorbijgepeddeld, maar deze keer sta ik er ongewild even bij stil. Ik ben immers op weg naar Rijswijk, waar eerder dit jaar een zware valpartij leidde tot een collectieve DNFi.
Dat was een criteriumi; nu ben ik onderweg naar een cross (de derde aflevering van de Interclub Veldritcompetitie Zuid-Holland, om precies te zijn). Veldritten zijn lang niet zo link: minder deelnemers (zalig zijn de wetenden...) en als je crasht, is dat doorgaans zonder erg—modder is een stuk vergevingsgezinder dan asfalt of klinkertjes. Bovendien heb ik een competente beschermengel; mij kan niets gebeuren (zalig zijn de onwetenden...).
Nee, geen zorg om het vege lijf. Behalve dan dat ik bij de R.W.V. De Spartaan een veldslag ga leveren op halve (ruwe schatting) kracht—vijftig minuten plus één ronde. Want er waart een spook door de Brucoroutine: kredietcrisis, trainingsdeficiet. En ik moet 't juist hebben van Arbeid en Continuïteit; op Talent en Techniek geraak ik niet ver.
Genoeg gezeverd. Ongedane zaken nemen geen keer. Ik val in herhaling. En ik ben inmiddels op de plaats van Bestemming. De linten zijn gespannen en klapperen in de wind, de Westlandse modder ruikt goed, het is lekker koud en zonnig. Meer moet dat niet zijn; zo is het goed.
Snel het rugnummer ophalen, me ontdoen van overtollige kledingstukken en een rondje proefdraaien. Het is de eerste keer dat ik de Rijswijkse slijk aan mijn Muds voel zuigen (vorig jaar was ik ziek) en ik ben onder de indruk. Zompige passages, kort draai- en keerwerk, een paar doorhaalstroken, technisch gedoe tussen de boompjes en—zeer tot mijn genoegen—twee 'balkjes'. Een parkoers naar mijn hart. Of het ook op mijn maat is, betwijfel ik. Want de Ridley zakt diep weg in de glijbaan (spoorvorming) en klontert binnen twintig meter helemaal vol met klei, graspollen en gebladerte.
Ronde één. Bruco zou Bruco niet zijn als 'ie daar geen potje van maakte. Mijn start is als vanouds weinig overtuigend—explosief als doorweekt rotje—dus draai ik redelijk 'van achteren' het veld in. Twee posities voor me gaat iemand erbij liggen; Spartaan Louis rijdt eroverheen; Bruco eromheen. Da's wel zo galant, maar ook óm. Van de fiets, over het eerste balkje, rennen tot aan het tweede balkje (filevorming), terug de fiets op (waar zaten ook alweer die pedalen?), één cartouchei armer. Ik hang er nog nét aan, smekend om Genade. Genade geeft niet thuis. 't Is cross.
Bruco zou Bruco niet zijn als 'ie vervolgens niet een paar kapitale foutjes ten beste gaf. Op de glijbaan kies ik voor ruimte, in plaats van het juiste spoor. Dju, ik schuif alle kanten op, behalve rechtdoor. Enkele pijnlijke intervallen later parkeer ik de kruisboog tegen een boom. In dit stukje van mijn 'werelt is veel gevaer'... Low impact, maar de ketting ligt eraf en ik moet wat schoonmaakwerk verrichten om het voorwiel weer aan het bollen te krijgen. Kostbare seconden tikken weg. Ook de diesels-zónder-turbo steken me voorbij—allemaal...
Ronde twee tot en met vier. Achter de feiten aan. Veldtijdrit. Soleren, consolideren en hier en daar eventjes recupereren (want het hakt er weer in, dat gejakker aan 170 plus hartslagen per minuut—veel meer zit er vandaag niet in het vat). 'Mr. Swift', aldus de spreekstalmeester, gaat het parkoers stukje bij beetje beter begrijpen. En krijgt zowaar de achterhoede in het vizier.
De eerste die eraan moet geloven, is een afgevaardigde van PRC Delta (Spijkenisse). Hij loopt (letterlijk) te klooien in de passage waar 'ie me in ronde één durfde in te halen. Bruco herstelt de hiërarchie; rijdt weer op zijn één-na-laatste stekkie. Maar er zit meer in, voel ik. Niet in de tank; wel in de daguitslag.
Ronde vijf, zes of daaromtrent. De CXperts hebben me inmiddels op plus één ronde gezet. Gedubbeld worden hoort erbij; het maakt de onderneming minder eenzaam. Af en toe haak ik even aan en zie dat het verschil niet zozeer wordt gemaakt in de bochtjes (voorzover niet te lastig), maar door het aanzetten erna. Dat doen de Meesters van de Modder toch wel ietsje kwieker dan het rupsje. Over de écht lastige stroken zwijg ik liever...
Ronde zeven (?). Ik krijg een lichtblauw waas voor mijn ogen. Dat moet de Restore-man zijn, met wie ik ook in Spijkenisse duelleerde. Hij zit er duidelijk nog meer doorheen dan ik, maar heeft nog wel de tegenwoordigheid van geest Bruco erlangs te laten. Merci! Dat smaakt naar meer. Dus knok ik mezelf richting een Delfterik van WTOS ('wij trainen ons suf'). Hij spartelt niet tegen. Ciao!
Plus één ronde. De bel luidt voor de laatste ronde. Ik knik richting juryhok en hoop maar dat mijn inhaalslag daar niet onopgemerkt is gebleven. Bruco heeft er dik vijftig minuten voor geploeterd. De beloning volgt spoedig: voor het eerst in mijn cross-leven (had ik daarvoor een leven?) dubbel ik een veldrijder. Het is de Delta-vlieger uit ronde vier. Hij heeft dapper gestreden, weet ik maar al te goed. Maar deze plus-één-ronde laat ik mij in gepaste bescheidenheid goed smaken.



















Reageren