Vier jaargetijden in vijftig minuten
Na twee DNSi (Numansdorp en Bergschenhoek) is het hoog tijd voor mijn rentree in de interclubcrosscompetitie. Het programma zegt: 'Gouda.' En daar ben ik het wel mee eens. Het is een van de betere 'rondjes' van Zuid-Holland: échte cyclocross. Vorig jaar leverde ik er een van mijn betere veldslagen; dit jaar belooft het mooi weer te worden.
Voor de start gaan de helmen af en nemen we één minuut stilte in acht, ter nagedachtenis aan Swift-fenomeen Gijs Eradus, die vorige week onverwacht is overleden.
Het is koud, de zon verdwijnt achter een dreigende wolk. De eerste waterklodders vallen naar beneden. Zou dit de aangekondigde natte sneeuw zijn? Soit. De KNWU-mijnheer blaast op zijn fluitje en we zijn los.
In Gouda ligt geen geasfalteerde aanvliegroute; we starten in het veld en draaien vrijwel direct een single-track op. Dat komt mij goed uit, want het gaat niet meteen van Rammstein. Ik kan mijn eerste cartouchei bewaren voor de eerste steile loopstrook, die ik heb gemarkeerd als inhaalmoment.
Remgepiep, pedaalgeklik—we zijn er. Ik gooi de fiets resoluut in m'n nek en zet de aanval in. In de binnenbocht is wat ruimte. Amai, die helling is stijl en de klei is glad, maar 't moet even: naar voren. Dan word ik achterover getrokken: het achterwiel blijft haken in een struik. Dat kost punten. Het daarop volgende geworstel met de pedalen beslist de slag definitief in mijn nadeel.
Met één concurrent in mijn nek ('Dirty Hillbilly') en negentien mènne voor me uit mag ik aan de bak. Dit worden vijftig zware minuten: de parkoersgesteldheid (draaien, keren, klimmen, rennen, glibberen), de snijdende wind en het soleren. Prachtige sport, maar met ietsje meer combativité is het nog leuker.
Dus knok ik voor iedere meter. Voor wat ik waard ben. De specialisten ga ik niet meer terugzien, maar ik krijg wel twee mede-mindere-goden in het vizier. Niet verslappen, nu. Ernaartoe!
Op het knikje richting provinciale weg is mijn concurrent van WTOS ('Wij trainen ons suf') aan de beurt. Hij valt stil halverwege de klim en gaat erbij liggen. Ik hark er op de 25 (in de aanloop check ik twee keer of de ketting wel op het grootste kransje ligt) omheen. Met volgelopen benen het talud over en omkijken of 't gaatje inderdaad is geslagen. Dat is het geval; dergelijke foutjes—ik weet er alles van—worden nu eenmaal erg duur betaald.
De hemel gaat open; Pluvius zendt Moraal. Het duurt even tot het tot mij doordringt dat 't geen hagelstenen zijn, maar droge (!) sneeuwvlokken. Da's natuurlijk een schitterend gezicht en en mooi geluid. En het blijkt goed voor de pedalibilité.
Op naar het volgende doelwit, die lange snaak van De Mol. Verdorie, hij rijdt sterk vandaag. In Spijkenisse kon ik hem nog hebben; hier moet ik lijdzaam toezien hoe 'ie zijn voorsprong constant houdt.
Het houdt op met sneeuwen en de zon breekt weer door. Slecht nieuws. Nu wordt het pas écht glad. En ik word moe. Veel te vroeg; we zijn pas halfweg koers. De rug speelt op, de fiets laat zich steeds moeilijker op de schouder slingeren, de noppen van de bandjes, de schoenen en de pedalen lopen steeds meer vol.
En ik ga fouten maken. In twee ronden ga ik drie keer op mijn snufferd (wel mét flair, want op snelheid) en minstens zo vaak bijna. Dergelijke foutjes behoren te worden afgestraft en mijn WTOS-vriend vereffent de rekening. En passant verwijst 'ie me terug naar de welbekende op-één-na-laatste stek.
Leeg en voldaan—maar niet helemaal tevreden—rol ik over de eindstreep. Mooie cross.
Finishen was mijn maatje Il Boiai bij de veteranen niet gegund. Reeds in het eerste kwartier reed 'ie zijn spliksplinternieuwe tube kapot op een steen. Hij is nog wel zo vol van die tubes (en alles dat met veldrijden te maken heeft)...



















Carbonfire:
Zijn deze foto's vandaag gemaakt? Ge staat er zo schoon op?!
Carbonfire's last blog post... Is dit leuk?
Reageren