Ver van menig huldiging
De kater komt later, maar voorlopig wordt er niet meer met de mènne gespeeld, op het asfalt van De Bult. Want ook aan het Swift/Neuteboom Tweewielers dinsdagavondgejakker komt een einde. Het wordt stiekem alweer heel vroeg donker; onze onvolprezen vrijwilligers willen ook wel 'ns iets anders en het wegseizoen loopt op z'n laatste benen. Tijd dus voor de Huldiging.
Maar voordat we daartoe overgaan, eerst nog een afsluitend koersje om het af te leren, voor de leuk. De diverse klassementen zijn al opgemaakt. Dus puntjes zijn er niet te sprokkelen. Ook niet voor de leidersprijs, de enige ranglijst die ertoe doet. Althans, de enige ranglijst waarin rupsje er een heel klein beetje toe deed.
Voor de leuk? Mijn aars!
Als je op de terugweg bent van twee weken stilstand (=achteruitgang—een luxe die een kretser van mijn niveau zich eigenlijk niet kan veroorloven), dan is een Tuesday Terror niet leuk. Hard werken en niets dan hard werken—dát is het.
Ik voel dat direct aan mijn water (gevoelige materie, dat water). In het koudst van de strijd (d.w.z. wanneer De Slag op zeker niet wordt geslagen) laat ik me verleiden tot een escapade met de Neut en Herman. Mènne die nét niet mijn vader hadden kunnen zijn, maar toch (of juist daarom) zo hard doorrijden dat de Brucobenen vollopen en ik na godbetert anderhalve ronde alweer omzie naar het péloton, i.p.v. vooruitblik naar de Vrijheid.
Tien minuutjes op de klok en rupsje weet hoe laat het is. Dit wordt play mobile: doen alsof je meebeweegt, alsof je Macht hebt, alsof jij ermee speelt, i.p.v. zij met jou.
Of zoiets, daaromtrent, ongeveer.
Want wat ik ook zit te pleemobielen, de definitieve kopgroep—11 mènne—gaat vliegen en rupsje mag niet mee spelen. Kán niet mee spelen, om exact te zijn. Alle dinsdagavondkanonnen doen 'hun ding' (ik wil óók zo'n ding) en schieten ons naar het tweede plan.
Péloton A—plek 12 t/m DNF—zwabbert er kansloos achteraan. Ik vervloek mijn mede-geslagenen en hun nutteloze versnellingen, vertragingen en wat dies irritants meer zij. Ergo: ik vervloek mezelf. Rupsje rijdt weer 'ns in de poep; wederom geeft de machinekamer niet thuis. 'Rechtdoor naar school en kantoor'—zoals Mart Smeets graag debiteert—'t is rupsje niet gegeven. Ook deze huldiging, voor spek en bonen (je zou voor minder...), laat 'ie aan zijn prachtneus voorbijgaan (lees: in de aller-allerlaatste ronde laat 'ie zich alsnog grandioos lossen).
En de balans van 2009? Aan plaats 23 in het A-eindklassement (kwestie van vaak meedoen) valt weinig te huldigen. 23e werd ik in 2008 ook al, trouwens—kwestie van vaak starten. Stilstand (=achteruitgang)? Ik zou 't voorwaar niet weten. Niet gelauwerd, maar wel gelouterd, zullen we maar zeggen.
















Reageren