Stureluurs
Hoe noem je eigenlijk iemand die niet kan sturen? Een olietanker?
Daar deed ik wel aan denken, in de openingswedstrijd van de SwiBoCrossCompetitie (een co-productie van de LRTV Swift en de RTV De Bollenstreek). Vanmorgen reed ik 'uit', dat wil zeggen in Lisse. En 'Lisse uit' is altijd lastig.
Het cross-parkoers daar is niet op mijn motoriek geschreven. Ook al ken ik het inmiddels als mijn broekzak (vorig seizoen heb ik er regelmatig gereden); ik geraak er nooit doorheen. Het is er namelijk crossen op de vierkante milimeter: talloze bochtjes, knikjes, zigzaggetjes. Dat alles omzoomd door bomen die niet meegeven, als je ze raakt (kom er altijd met een schram of blauwe plek vanaf).
Lisse vraagt om stuurmanskunst (en, wie zal het zeggen, een gezonde dosis onbezonnenheid), kortom. En dan ben je bij BruCXo vooralsnog aan het verkeerde adres.
Ik bakte er dan ook helemaal niets van, vanochtend. Kon de senioren nauwelijks een halve ronde volgen; moest ook de meeste veteranen en nieuwelingen laten gaan; door de meest behendigen werd ik zelfs twee maal gedubbeld.
Af en toe kon ik nog wel ergens aanhaken, maar dan kwam er weer zo'n 'chicane', die ik steevast verkeerd inschat (te langzaam, te snel, maar nooit goed 'aansnij'), waar ik belabberd doorheen bol en waar ik doodop uitkom, met tien meter achterstand (zo belangrijk is de techniek bij 't crossen).
Maar net als in de Zuid-Hollandcompetitie blijf ik gewoon oefenen. Echte kunst ga ik daarmee niet baren (wendbaarheid komt met de jaren; ik ben alleen veel te laat begonnen). Maar ietsje meer aan de ideale lijn gaan, dat moet toch kunnen.
En volgende week rijden we 'thuis', in Leiden. Dat ligt me stukken beter.



















Corniel:
Iemand die niet kan sturen is een nijlpaard. ;)
Reageren