Slaapcrossen

nl
Bed_trailer

Naast slaapwandelen is er nu ook slaapcrossen. Dat is, al zeg ik het zelf, een briljante uitvinding. Eentje waarvoor ik maar snel een octrooi moest gaan aanvragen, terwijl ik dit prachtige concept uitbouw tot een succesformule voor de zoveel-minuten-plus-één-ronde.

Slaapcrossen gaat ongeveer als volgt. Je krijgt een vaag vermoeden van ochtendgloren en dageraad, terwijl je een robbertje vecht met de wekker. Omdat je vaag iets bijstaat van een veldritkalender en jouw selectie daaruit, verlaat je de bedstede. Met welk been je uit bed stapt, maakt niet uit; hoofdzaak is dat je de geest achterlaat op het hoofdkussen.

In de laagst denkbare versnelling verricht je de vertrouwde koffiezethandelingen en maak je op de tast een ontbijtje klaar. Nog steeds gedachteloos, hooguit halfbewust. Je word je gewaar dat je inmiddels een poging onderneemt tot aankleden. Lukraak gris je wat lycra van het droogrek en verander je jezelf in een fietser. Dit heb je al honderde keren gedaan; je kunt 't met je ogen dicht. En—even afgezien van die vergeten bidon (vooraf 'indrinken' is een must bij het crossen) en die tennissokken—gaat het allemaal goed. Bedrieglijk goed.

Dan rijd je naar het ingeprogrammeerde evenement, met een leeg hoofd, zonder ook maar één keer te schakelen. Misschien dat je onderweg twee keer in de remmen gaat, maar we kunnen gerust spreken van een rimpelloze aanloop. Dat je de bandjes vooraf nog even snel op wegspanning hebt gezet, mag een wonder heten. Handig is het wel. Ze mogen je later nog wel 'ns vragen naar het waarom.

In Lisse ga je bij de zustervereniging de geplande SwiBoCross doen, naar het schijnt. 'Lisse uit' is altijd lastig, maar wat zou het. Daar ben je nu nog helemaal niet mee bezig. De route zit in je 'systeem'; het weer is aangenaam en de wegen zijn nagenoeg verkeersvrij; voor je het weet, ben je ter plekke. Toevallig nog op tijd ook. Geen vuiltje aan de lucht.

Ter plekke—je lichaam en je fiets zijn inmiddels aangekomen—praat je wat met de mensen van het lokale orgkomitet. Je doneert een Euro aan de prijzenpot (geheel belangeloos; je gaat zelf niet snoepen uit die pot—die tegenwoordigheid van geest heb je) en neemt je rugnummer in ontvangst. Koud kunstje; heb je vaker gedaan, al blijft de bijbehorende spanning wonderwel uit. Niemand merkt op dat je er niet bent. Jijzelf nog het minst. Dat je hier en nu het slaapcrossen aan het uitvinden bent, daarvoor klop je jezelf nu nog niet op de borst.

Het parkoers verkennen doe je natuurlijk niet. Want je bent laat, al is dat een relatief begrip. Waaraan het te relateren, weet je zo snel ook niet. En waarom zou je. Je bént er toch? Hoe dan ook, 'Lisse uit' kun je wel dromen. Boompje, bochtje, bultje. Gesneden koek. Wel taaie koek, als je geen stuurwonder bent, maar wat zou het.

Je stelt je op aan de startlijn, die je heel bekend voorkomt, wetende dat je tussen de senioren moet gaan staan, liefst niet helemaal achteraan. Kwestie van routine. Normaalste zaak van de wereld, vandaag. Om je heen pept men zich op; de adrenaline stroomt door de aderen; de testosteron klotst in de ballen. Maar niet in de jouwe. Jij bent gelaten. Er wordt gegrapt over een shock & awe start en jij vindt het grappig. Althans, je knikkebolt instemmend. Slaapcrossen is heerlijk; een geweldige vondst. En het is zonder gevaar en vrij van zorgen. Zolang ze je maar niet wekken...

Het startsein is geen reden tot onrust. Een rapid eye movement, meer niet. De aangekondigde shock & awe doet je evenmin opschrikken; met 35 kilometer per uur op asfalt snoozen is te doen, ook op hele zachte, onberekenbare noppenbanden. Je doet wat al die vreemde snuiters om je heen doen; hooguit iets minder doortastend. De hartslag vliegt omhoog, je trapt op je adem. Maar in het slaapcrossen doet dat geen zeer. Misschien heb je er geen erg in, maar je vliegt als één van de twaalf richting single-track.

En daar gebeurt het onvermijdelijke, daar blijkt het slaapcrossidee nog niet geheel uitgekristalliseerd. Gelijk Gregor Samsa ontwaak je uit de droom en bemerk je dat je in een enorm stuk ongedierte bent veranderd. Geen vinnig rupsje, helaas, maar een trage slak. Het eerste veldcontact verloopt stroef, schokkerig en niet geheel zonder risico. Slaapdronken zwabber je door—en vooral naast—de sporen; de middelpuntvliedende krachten doen hun ontnuchterende werk. Het begint te dagen: 'Wakker worden! Je moet crossen! Écht crossen!'

Ietwat onwillig, maar zonder te protesteren, wrijf je het laatste deposito van het Zandmannetje uit je ogen, terwijl je darmen doen alsof het een uur vroeger is. Het liefst zou je ter plekke alsnog ceremonieel de dag inluiden met een weergaloze rupsenvlaai. Er is, inmiddels, toch niemand meer in de buurt. Ware dit nog steeds een slaapcross, was je er gewoon bij gaan zitten. Krantje d'r bij en al.

Maar daarvoor is het nu te laat. Je bent inmiddels opgeraapt door de veteranenvoorhoede en moet amechtig ploeteren voor de laatste, en niets dan de laatste, plek in de seniorendaguitslag. Zonder te kunnen vertrouwen op de automatismen die je al slaapcrossende tot hier hebben gebracht. 'Lisse uit' is weer wat het altijd is: boompje, bochtje, bultje. Vooralsnog geen oord voor slaapcrossers...

Reacties

Roel:

Leuk verhaal!

Reageren

Wordt niet aan de grote klok gehangen.
Voor bezoekers met een webstek/blog: vink dit vakje aan en CommentLuv plaatst een link naar uw meest recente websel/blogsel. Een ogenblik geduld terwijl uw site wordt nagevlooid...
;