Wheelerplanet Attacks
De landing op de Wielerplaneet te Spaarndam is een vreemde gewaarwording. De deur gaat automatisch open. Ik schrik van de aanblik van een Swift-coureur. Die uitgewoonde gestalte lijkt op mij. Hij loopt een beetje krom (moet 'ie toch 'ns wat aan doen) en onwennig op zijn versleten schoenplaatjes. Zijn—netjes—geschoren benen maken niet direct indruk, of het zouden de daarop aanwezige 'oorlogswonden' moeten zijn. Die coureur had zijn baardje ook wel eens mogen trimmen, denk ik. En wat te denken van die armstukken, type 'Mohair'?
Dan dringt tot mij door dat ik naar mezelf sta te gapen, in een levensgrote spiegel. Op de Wielerplaneet weten ze blijkbaar dat wij renners stiekum best ijdel zijn. Maar ik heb nu even geen tijd om uitgebreid van mezelf te staan genieten, over een half uur is het immers koers.
Ik vervolg mijn verkenningsmissie en geraak in de 'permanence' (alweer zo'n mooie KNWU-term). Die is opgetrokken in sushi-bar-stijl (zo 'posh' zijn wij amateurtjes 't niet gewend). Het 'Yoko' rugnummer wordt verstrekt, onder het toeziend oog van enkele 'sherry, sherry ladies'. De startlijst blijkt boordevol; veel animo voor deze missie.
Omdat ik op de fiets naar de koers ben afgereisd, à la Adrie van der Poel, heb ik weinig werk aan de Voorbereiding. Ben al warm en in 'battle dress'. In geen tijd verhapstuk ik een overrijpe banaan en speld ik de '55' uiterst links (niet dat ik verwacht dat 't van belang gaat zijn om goed zichtbaar te zijn voor de jury—maar toch).
Dan ga ik de planeet maar 'ns verkennen. Gek: er staan overal bomen langs het parkoers. Goed misschien voor mijn romantische inborst, maar zo wordt het 'spel van de wind' natuurlijk wel bij voorbaat in de kiem gesmoord. En in de schaduw lijd ik zowaar kou. Gek: het asfalt (de enige smaak wegedek op deze planeet) is snel, de bochten zijn makkelijk. Doortrappers. Gek: 't rondje is lang. Ruim drie kilometer. Zonder 'kerk', zonder klim, zonder al die andere dingen die eigen zijn aan de Nederlandse criteriums (ja, dat is het meervoud van 'criterium'). Conclusie: Sloten revisited. De Wielerplaneet is een 'sprinters' paradise'.
Soit. Er zijn ergere dingen. En ik ben in goed gezelschap. Vier ploeggenoten present: Ilja, Ivo, Jurre en Davey. Dat geeft Moraal.
En die Moraal is goed voor een activistische koersbenadering. Ik handhaaf me betrekkelijk eenvoudig in de Voorste Gelederen en bemoei me met zo'n beetje alle—futiele—Ontsnappingspogingen. Ik weet inmiddels ook wel dat de Prijzen elders worden verdeeld. Maar ik heb Goesting. Bovendien heb ik slap getraind, deze week. Dus zet ik het Verstand op nul en spring op ieder wiel dat rolt richting de Vrijheid. Maar natuurlijk mag het niet zo zijn: ieder Initiatief wordt, uiteindelijk, verijdeld.
Één keer waan ik mij eventjes los van de wetten der zwaartekracht die ook op deze planeet gelden. Enkele hardrijders breken uit en ik stoemp ernaartoe, op een verzet dat serieus pijn doet. De zoveelste 'cartouchei'. Het gaat nu wèl hard: de bochten zijn ineens geen 'doortrappers' meer (de vonken schieten van mijn Look-pedalen) en er klinkt zowaar een 'We zijn los, rijden!'. Maar ook deze aanval ontbeert Geloof en Samenwerking. We worden ingerekend. Jammer, want ik had nog wel wat over.
Niet in de Finale, echter. Daarin wordt duidelijk hoe lastig 't eigenlijk fietsen is, in een groot péloton (hulde aan de profs die dat urenlang volhouden). Weinig 'ruimtevaart'; des te meer nervositeit. Jurre krijgt links en rechts een kwak en mist de bocht (geeft wel een fraai staaltje veldrijden ten beste). Ilja zit goed voorin, maar is ook geen Worstelaar. Ivo en ondergetekende zijn het sleuren moe en laten begaan. Davey manoevreert zich, ervaringsdeskundig als 'ie is, naar voren (zesde in de einduitslag). Daar heeft zich inmidddels een kopgroepje losgeweekt, zie ik. De sprinters van dienst hebben weinig trek het gaatje te dichten; de rest is murwgebeukt, of voelt zich ook niet echt thuis op deze planeet.
Dus spurti de kopgroep voor de podiumplekken in Spaarndam, op respectabele (maar luttele) afstand gevolgd door een ontketend péloton. Bruco kijkt toe en denkt er het zijne van...
Toch weer 180 kilometers geklokt.



















Pop Art:
Cooler Blog, da komm ich gerne mal wieder vorbei.
Reageren