Ronde van Sloten: onverdroten premies verkloten

nl
Premiejager

Deze wedstrijd was vorig jaar mijn eerste DFi ('uitgereden'): 'highway to happiness'. Dit keer startte ik met ietwat zeurende benen (soms is dat juist een goed voorteken) en drie doelstellingen: overeind blijven, me mengen in de premiesprints en actief koersen.
RupsSloten

Overeind blijven

Vallen hoort bij wielrennen. Niets aan te doen. Vanaf het moment dat je een rugnummer opspeldt, ben je vogelvrij: overgeleverd aan de snelheid en het gemanoevreer in het péloton, aan de concentratie en de deugdelijkheid van het materiaal van je collega's en jezelf. Op zich kan ik daarmee wel leven (al was 't de afgelopen weken iets te vaak, en iets te dichtbij, 'raak'). Maar Sloten is me toch écht geen 'asfalt scrub' waard. Er zijn prestigieuzere plekken om 'hard af te stappen'.

Bij de Masters (veertig-plussers), die ons 'voorprogramma' verzorgen, is het desalniettemin mis: een coureur gaat snoeihard onderuit en moet worden afgevoerd. Zonder al teveel erg, gelukkig. Ik probeer me ervoor af te sluiten; hoor niet hoe een ooggetuige aan de finish vertelt dat 'ie zelf 'bijna het leven had gelaten'. In plaats daarvan opteer ik voor de wetenschap dat ik wel rottiger rondjes ('s-Gravendeel, bijvoorbeeld) heb overleefd. Zoveel mogelijk anticiperen en zelf geen gekke dingen doen. Bovendien is er plek zat op de Slotense 'Autobahn'; zelfs als je uit lijfsbehoud even een gaatje laat vallen, zit je zo weer tussen de wielen.

Premiejagen

Er zijn tenminste vier manieren om een premiesprint te verknoeien. Op één na breng ik ze vandaag in praktijk.

1. De mislukte pélotonspurt. Deze variant werp ik verre van mij. Sprinten acht ik beneden mijn waardigheid. Ik spurt dan ook als een strijkijzer. En in de drukte verlies ik ieder gevoel voor timing. Tel daarbij op mijn schijterigheid (op 'topsnelheid' wordt de 'oog-hand-been-coördinatie' een beetje problematisch) en je weet dat je met mij naar iedere Finish kunt rijden.

2. De verkeerde ronde. Over 'timing' gesproken... Ik presteer het meerdere malen om één ronde te vroeg of te laat m'n voorwiel in de vuurlinie over de meet te drukken. 'Zes premies bij terugkeer!' Heerlijk, dat oubollige KNWU-jargon. Maar ik zou toch zweren dat 'ie al was afgekondigd... Ach, laat ook maar.

3. De dode hoek. Ëén keer heb ik de timing dik voor elkaar. Er rijdt een kopgroepje van drie vooruit; met z'n drieën zijn we uit het péloton gesprongen. We draaien netjes rond; een blik onder de oksel bevestigt 'het gat'. Bij het ingaan van de laatste bocht reken ik mezelf rijk: plek zes (zoals gezegd: ik sprint niet, bovendien heb ik behoorlijk moeten sleuren om de bres te slaan). Natuurlijk doe ik het niet voor het geld (al heb ik dringend een nieuwe ketting en cassette nodig), maar voor een tastbare herinnering aan een actieve koers. Dan verstoren twee patriotten heel bruut Bruco's grootverdienersfeestje. Uit het niets gekomen ('achteruitkijkspiegeltje aan de wand, wie is de sufste van het land?') knallen ze over mij en mijn medevluchters heen.

4. De telfout. Deze lijkt een beetje op het derde scenario. Alleen blijft het dit maal stil vanuit de achterhoede (wat goed is), maar blijkt de kopgroep één kop teveel te tellen (wat heel sneu is). De jury is echter onverbiddelijk: Bruco krijgt geen felbegeerd envelopje mee naar huis.

Actief koersen

De derde opdracht van vandaag luidt: 'voorin zitten, erbij zijn'. Achteraan spartelen doe ik wel in de échte criteriums. Hier op Sloten kan ik tenminste mijn eigen race rijden. Dat blijkt ook wel uit al die fantastische premiesprints. Ik schrik wel van mijn onvermogen om me te houden aan de--uit nood geboren--tactiek van het anonieme eerste kwartiertje. Bij de eerste doorkomst zit ik al mooi te wezen in de frontlinie. Amai, dat worden zestig zware kilometers... Gelukkig is de Brucodiesel voorverwarmd: 40 km in het zonnetje ingereden naar Sloten.

Iedereen lijkt zich meer of minder bewust neer te leggen bij de onwrikbare formule 'Sloten+watjesweer=massasprint'. Het is hollen (dik boven de 40 km/h) en stilstaan (ruim eronder). Zowel de 'kroniek van de aangekondigde massasprint' als het stilstaan zinnen me niet: ik blijf dus weg uit de buik van het péloton (te weinig trainingseffect), neem keurig over en... als 't even kan... stort me in--bij voorbaat kansloze-- avonturen zoals démarrages en uitbraakpogingen. Niets mooiers dan tegen beter weten in de ijzeren wielerwetten tarten.

Meerdere malen resulteert mijn 'activisme' in een kortstondige flirt met de Vrijheid: kopgroep. De meest heuglijke momenten zijn een 'chasse' met een 'schoon achterwiel' (waar niemand aankleeft) richting een aanzienlijke vlucht ('en nou rijd je dat gat verdoeme wél dicht, Bruuc!') en een ontsnapping à deux met een Trias-renner ('Waarom ook niet?', voegen we elkaar lachend en puffend toe), die geen lang leven is beschoren (na één ronde worden we alweer ingerekend). Waarom werd er toen niet even een premiesprint ingelast? Die had ik op zeker gepakt; mijn vriend-voor-even zat namelijk nog kapotter dan ik.

De Finale (die ik dus al had gereden) was voor de èchte sprinters. Op het podium drie mènne die ik de hele koers niet heb gezien. Vaklui, kortom. Op het hoogste treetje stond zowaar een zelfbenoemd 'trimmer'. Met beenbeharing... Dat zullen sommige collega's wel als de ultieme vernedering hebben ervaren. Ik niet, want ik heb me uitstekend geamuseerd.

Reageren

Wordt niet aan de grote klok gehangen.
Voor bezoekers met een webstek/blog: vink dit vakje aan en CommentLuv plaatst een link naar uw meest recente websel/blogsel. Een ogenblik geduld terwijl uw site wordt nagevlooid...
;