Bijschrijven
Alweer zo'n mooi wielerwoord: bijschrijven. Het betekent zoiets als zonder vooraanmelding naar een plaatsje op de startlijst dingen. Handig als je in dubio bent of je een koers nu wel of niet gaat rijden. Of als je geen zin hebt er tegenaan te zitten hikken. Bijschrijven staat ook voor de verslaglegging; Bruco moet zijn 'blog' immers vullen.
De 51e Wielerronde van Pijnacker, voor Amateurs A tot en met C, is zo'n twijfelgevalletje. Ik kan me er maar moeilijk toe commiteren. En nu ik 'm—gelukkig—heb gereden, valt het niet mee om 'm te documenteren.Enkele Swift-mènne hebben wel goesting: Gijs ('VDBi') en Arno ('Brutti Cane') hebben niet gewikt en gewogen en staan al op de startlijst (tachtig mènne). Wellicht omdat zij ooit hun idolen hier aan het werk hebben gezien (dit jaar is er geen 'prominentenkoers'; Pijnacker heeft eventjes geen geld om de sjieke profs te verleiden tot wat ererondjes).
Corniel (het zelfbenoemde 'Nijlpaard') trekt me daags ervoor over de streep: ook wij gaan het hemelse Swift-blauw tonen aan de plaatselijke schonen en die Akker van Pijn eens deftig omploegen.
Door de Zuid-Hollandse vinex-bouwput rijden we ernaartoe. Geholpen door mijn parkoerskennis (Nootdorp e.o. was ooit mijn achtertuin) en Lannie's (Corniels vriendin en onze supporteres vandaag) Garmin vinden we uiteindelijk de plek des heils. Snel bijschrijven, de rugnummers opspelden en het parcours gaan verkennen.
Pijnacker blijkt een vliegrondje: lange (voor criteriumi-begrippen, althans) rechte stukken, snelle bochten en (afgezien van een 'trechter', wat drempeltjes en putdeksels) geen 'handicaps'.
Dit speelt niet per sé in des rupsen kaart: hier krijgt de 'speed-o-meter' het druk... Zeker omdat er zich in het (inmiddels zo'n honderd mènne tellende) starterveld enkele notoire 'messentrekkers' bevinden. Koersen met de A's is—voor een onverdienstelijk B-rupsje—zowiezo een avontuur.
Maar ik laat me het hoofd niet op hol brengen. Geheel onbevangen en best relaxed stel ik me op aan het 'vertrek'. VDB, Brutti Cane en het Nijlpaard in de buurt. De Moraal is ook present.
Pijnacker vormt geen uitzondering op de regel dat criteriums direct 'volle bak', zo hard mogelijk, worden gereden en (daarom) geleidelijk aan explosiviteit inboeten.
Ik heb het traditioneel hard halen met deze aanpak. In de eerste (van de 31) ronden zit ik te 'sterven'. Uiteraard in de achterhoede, tenmidden van de 'trimmers'. Op het tandvlees en in het zwarte gat. Maar ik voel dat het erin zit, een 'DFi' (did finish). Want de bochten lopen lekker en de 'aanzet' is er.
Voor opschuiven, laat staan 'meespelen', is het evenwel niet toereikend. Te weinig 'rauwe snelheid'; onvoldoende meesterschap in het spelletje 'landjepik'. Als ik merk dat 'uitremacties' voor/in de bochten slechts resulterenin korte-termijn-terreinwinst, gebruik ik het 'samenklonteren' maar om te herstellen. De aldus verkregen 'adem' is broodnodig om de bij bosjes lossende collega's (potentiële DNFi-veroorzakers) voorbij te knallen.
Intussen laat ik me de 'support' van Lannie (en helaas ook Corniel; gelost in de zesde ronde) goed smaken, alsmede de aanblik van Brutti Cane en VDB, die zich steeds meer naar de achterhoede (moeten) laten uitzakken.
Zakken doet ook het tempo in de koers. Er zijn er drie vertrokken (begrijp ik van de speaker; zelf heb ik daar niets van meegekregen) en het péloton is moe. Het maakt—afgezien van deze en gene premiesprint—geen oorlog meer en er wordt voelbaar minder gesnokt.
Mooi, want ik ben ook wel leeggereden, in deze 'survival'. Dat ziet ook Ron van het Tom Schouten Cycling Team. Als ik heel even dreig de handdoek alsnog in de ring te gooien (hoeveel 'dipjes' kan een rupsje aan?), zegt 'ie heel resoluut: 'Hé jôh, nog maar zes ronden.' Dat sleept me erdoorheen, en 'op routine' rijd ik door tot en met DF.
Pijnacker. Bijschrijven. Op mijn 'palmares'...
















Reageren