Paris-Roubaix 2008: 'The Passion of the Bruco'
'L’enfer du nord', 'La reine des classiques', 'La dure des dures'... Parijs-Roubaix heeft vele bijnamen, en die zijn allemaal terecht. Want het is zonder twijfel een van de zwaarste, en meest heroïsche, wielerklassiekers. En juist daarom ook een van de mooiste. De 'Hel' is een brute aanslag op je gestel en je materiaal, de ultieme test voor je stuurmanskunst en evenwichtsgevoel, je duurvermogen en je Moraal. Minder romantisch ingestelde, risico-mijdende coureurs beginnen er beter niet aan. Voor de échte 'slaven van de weg' is een geslaagde Parijs-Roubaix een Ervaring om nooit te vergeten.
De opdracht
De 'cyclo' (voor wielertoeristen), start in Cambronne-Ribecourt en finish in het Vélodrome van Roubaix, telt 260 kilometers. De hoofdattractie zijn de 28 (eigenlijk 26) 'secteurs pavé' (kasseienstroken); zo'n 55 km in totaal. De 30e uitgave (P-R wordt iedere twee jaar verreden) verleidt zo'n 3000 inschrijvers, uit heel Europa, variërend van pure 'randonneurs' (toerfietsers) tot bijna-profs. Hoeveel daadwerkelijke starters, laat staan finishers, 2008 was bij het ter perse gaan van dit verslagje nog niet bekend. Maar ik heb zelden zoveel renners en/of fietsen zien sneuvelen.
De équipe (1)
Floris (a.k.a. 'Le Gitan'), lid van de sluimerende 'Waakzame Vingers' squadra en van het springlevende Swift, heeft voor deze Parijs-Roubaix 2008 een gelegenheidsploeg geformeerd. 'Dottores' Jan en Martin zijn door hem op grond van kameraadschap (terecht, naar ook mij zal blijken) en eerdere fietsvakanties geselecteerd. Om Bruco kon de keuzeheer niet heen: teveel gezamenlijke trainings- en 'palmares'-kilometers (Omloop Het Volk, Ronde van Vlaanderen, Liège-Bastogne-Liège, La Marmotte, etc.).
Le Gitan is Ervaringsdeskundige. Hij schreef de 'Hel' in 2006 al bij op zijn Erelijst (dat 'ie er vrijwillig nogmaals voor gaat, verbaast menigeen). Hij is sindsdien alsmaar beter gaan rijden (ook in de beruchte Swift-dinsdagavondcompetitie). Jan klokt vooral woon-werkkilometers, maar doet dit met een stel benen waar je u (en Gilette Contour...) tegen zegt. Type klimmer, die ook op het vlakke zijn verantwoordelijkheid neemt. Martin heeft wat minder 'arbeid' verricht, maar zijn enthousiasme, postuur en bandenkeuze (groene Vittoria's!) verraden Toewijding aan de Zaak. Bruco is niet gezegend met het talent van zijn ploeggenoten, maar zijn Grinta en Goesting zijn er niet minder om.
De logistiek
Tot dusverre regelden wij onze 'klassieke' en/of 'cyclo' trips zelf. Deze 'afzink' doen we m.b.v. Le Champion. Een geheel verzorgd weekendje Afzien. Wel zo comfortabel, al valt er op details altijd wel iets te mekkeren. Zoals het ongeïnspireerde Galgenmaal (courtesy of Hotel Ibis te Compiègne) of het wachten op busgenoten die de deadline niet halen en toch uitgebreid gaan douchen. Evenmin zit ik te wachten om op zaterdagochtend vroeg, bij het inladen van de bus, te worden 'volgezeverd' met 'kasseientips'. Soit. Al met gaan heen- en terugreis van een leien dakje, zonder dat 't ons ook maar enige inspanning (of uitgebreid 'denkwerk' vooraf) kost. Ook de wetenschap van een 'back-up' onderweg geeft rust.
De Moraal (1)
Het kriebelt al enkele weken: straks is het zover! Voorpret. Opwinding. Zin. Zenuwen. Moraal in overvloed.
In de bus draait 'A Sunday in Hell', een fantastische documentaire over Parijs-Roubaix 1976. Verplichte kost voor alle 'gelovigen' en een Moraal-opkrikker van jewelste.
De Moraal (2)
Voornoemde zenuwen zijn er, wellicht, voor verantwoordelijk dat ik de slaap niet kan vatten, daar in die Ibis-bunker in Compiègne. Ik houd mezelf voor dat met de oogjes toe gestrekt ook 'preparerend' werkt (is al vaker goed uitgepakt). Maar straks, om ietsje voor vieren, gaat toch écht de wekker. En dan moet het gebeuren: in het lycra en eten dat het een aard heeft (en dat heeft het). En, als het even kan, 'kleien'. Want niets is zo slecht voor de Moraal als een gebrek aan stoelgang vóór de rit. Het mag niet zo zijn. M'n darmen borrelen en sputteren, maar de Verlossing blijft uit.
Wat ook niet Moraal-bevorderend werkt, zijn mijn benen. Zoals eenieder die zich wielrenner waant, houd ik er een heel arsenaal aan Bijgeloof op na. Bijvoorbeeld over 'goede benen'. In mijn geval zijn die een tikkeltje 'geprikkeld' (een beetje 'verotting' is goed) en vooral heel 'licht' (inklikken in de pedalen en meteen die 'soepele sensatie'). Maar ik ontwaar—en schenk overdreven veel aandacht aan—de 'zwaarte', het 'protest'. Werkstelten. Da's niet goed.
De tactiek (1)
Onze 'ploeg' is een onbeschreven blad, als 't gaat om rolverdeling en krachtenverhoudingen. We weten niet wat we aan elkaar (gaan) hebben. Het parkoers is mij onbekend (Parijs-Roubaix ken ik alleen van de televisie; meestal schakelt men pas in als het kasseienfeest losbarst). De stalorders vanuit Le Champion en de organisatie zijn duidelijk: tot aan de eerste strook in Troisville (97 km) niet teveel kruit verschieten. Aan de andere kant weet ik dat je op zo'n lange afstand ook weer niet teveel moet gaan treuzelen: economisch meters maken, is het devies. 'Let's get it over with!' De stilzwijgende ploegentactiek (en ook de praktijk, gelukkig) luidt dat daarbij geen slachtoffers moeten vallen.
Als we om 06:15 dan eindelijk los mogen, valt alles in de plooi. Ik moet zowiezo dat rotgevoel in mijn benen zien kwijt te spelen en mijn metgezellen hebben ook haast. Mooi. Met z'n viertjes draaien we soepel (al zegt mijn cadansmeter iets anders) rond. We rapen hier en daar wat vroegere starters op en al snel is er sprake van een leuk pélotonnetje. Waarin, klassiek, vrijwel iedereen de kat uit de boom kijkt en profiteert van het tempo dat door ons wordt onderhouden. Jan mompelt noch iets van 'Zo moet 't dus niet. Klassieke cyclo-fout.' Floris kijkt ook af en toe meewarig achterom, maar het zij zo... Bruco denkt er het zijne van en kachelt door. Dat doet 'ie immers het liefst. Benen of geen benen.
Maar op een gegeven moment ga ik me toch irriteren aan een Noorse patriot die steevast in het tweede, derde, wiel zit, zonder mee te werken. Ik probeer 'm tot de orde te roepen: 'Rotate, or go to the back. Don't interrupt the paceline.' Scandinaviërs zijn doorgaans zeer Engelstalig, maar deze klant pretendeert er niets van te begrijpen. Ik krijg zowaar zin om ervandoor te kletsen. Maar daarmee heb ik alleen mezelf, en onze ploeg. Dus ik laat 'm.
Zijn ploeggenoot schiet hem, en ons, te hulp: 'Okay, guys, two-minute pulls.' Kop-over-kop met stopwatch en rekenmachine? Yeah right, op dit glooiende parkoers, zeker... Maar in ieder geval is de 'Coalition of the Willing' nu op gang gekomen. De Noren werken mee. Nog mooier wordt 't als we een gruppetto Spanjaarden oppikken, die veel geluid maken, maar ook tempo. Met name hun kopman, getooid in een Assos Zwitsers tenue, gezeteld op een carbon Pinarello, weet wat 'geven' is. Hij buffelt lekker door, met name bergop. Laat 'Fabian' maar schuiven. Klasbak!
Ons pélotonnetje is, door toedoen van de Noors-Spaans-Zuid-Hollandse inspanningen al spoedig gedecimeerd. Alleen de Italianen, leep als altijd (liever verzaken, zich zelfs een demonstratief duwtje-in-de-rug laten welgevallen... alles om maar niet in de wind te zitten) en enkele laaglanders zijn nog aan boord.
Geregeld kijk ik naar m'n hartslagmeter, die zegt dat 't 'mag', zo. Nog vaker voel ik hoe de weg stiekum omhoog loopt en ik uit luiheid zit te stoempeni op het buitenblad. Neen, Parijs-Roubaix is bepaald geen polder-platitude... Maar de doorbloeding komt op gang; de diesel slaat aan.
Onze inspanningen worden beloond: weldra rijden we een majestues péloton binnen. Gedaan is het sleuren, weg is de druk van de pedalen. Nu is 't een kwestie van manoevreren, anticiperen en uitbollen.
Het parkoers (1)
Tenminste, tot aan de eerste ravitaillage in Bohain-en-Vermandois. De eerste 80 km zijn afgelegd tegen 35 km/h. Goed opgeschoten; we liggen voor op het Schema dat we niet hebben. Noordenwind? Het zal wel. Eerst maar 'ns bijtanken en weer vertrekken, op een moment dat het ons schikt. Manger, faire pipi, etcétera. Grote pélotons zijn vanaf Bohain zowiezo niet meer aan de orde.
Te meer daar vanaf km 97 de 'secteurs' op ons liggen te wachten. De eerste, die van Troisville (2200 meter), is een nachtmerrie. Want bezaaid met modder. En ik heb geen zin om op m'n plaat te gaan, zoals hier en daar treffend wordt gedemonstreerd door overmoedige, cq. niet-veldrijdende, collega's. De theorie (op een zwaar verzet zo hard mogelijk over de stenen 'dokkeren') kan van tafel: dit is curling, kunstschaatsen, veldrijden-plus, weet ik veel. Één keer moet ik zelfs uit de pedalen, omdat nota bene 'Fabian' voor mijn loopneus zijn Pinarello overdwars op de smalle rug (het middenstuk) van de strook parkeert. Hangen, wurgen, slippen. Intussen loopt de fiets vol met klei en hoor ik onder me geluiden die mij verre van vetrouwd zijn. Begrijp ineens waarom sommigen de crossfiets, of—godbetert—de mountainbike van zolder hebben gehaald.
De tweede strook (Viesly, 1800 meter) is van het zelfde laken een pak: glijbaan-met-hindernissen. Ik word met mijn neus op de harde feiten gedrukt: in de 'Hel' heb je het niet voor het zeggen; in de 'Hel' word je geleefd door de omstandigheden. 'Als dit zo doorgaat, dan weet ik het zo net nog niet', doemdenk ik. Tot overmaat van ramp rijdt Floris lek. Ik laat mijn kopman natuurlijk niet alleen in die misérie. In geen tijd is de GIOS gedépanneerd en rijden we terug naar Jan en Martin.
Gelukkig liggen de daaropvolgende stroken droog... 3700 meter (da's lang, heel lang) 'Quievy' (km 108) is zonder modder al lastig genoeg. Maar deze kan ik tenminste 'aanvallen': op het grote mes, met het volle gewicht op de pedalen en de hartslag tegen het omslagpunt. Dit scheelt aanzienlijk qua 'comfort': hoe harder je rijdt, des te minder je 'stuitert' en hoe beter je de 'ideale lijn' kunt houden. Alleen die klappen die via je voorwiel, de voorvork en je stuur worden doorgegeven aan handen, armen en onderrug... Da's afzien.
Krachtenverslindend is ook het inhalen van langzamere, cq. parkerende renners. Het is zaak om zoveel mogelijk op de 'rug' van de kasseien te rijden; aan weerszijden liggen immers verraderlijke kuilen, en lekke banden, op de loer. Niemand wijkt van 'zijn' lijn, als je erlangs wilt, moet je knokken. En van je remmen afblijven.
Ik krijg zowaar de smaak te pakken en werp de laatste resten schroom van me af. Mijn plek in de 'Hel' is gereserveerd. Technisch is 't allemaal nog niet à la Ballerini, maar ik heb schik. De handjes, voor deze gelegenheid gehuld in goed-gekussende Specialized handschoendjes, houd ik zo losjes mogelijk bovenop het stuur. Andere posities (in de beugels, op de remgrepen) werken niet, voor mij tenminste. Waar mogelijk strek ik de vingers en stuur met de handpalmen. Al moet ik na iedere strook 'ontkrampen', de techniek werkt: slechts één blaar houd ik over aan deze Helletocht.
De tactiek (2)
Carla van Le Champion, is onder de indruk van mijn Goesting. Zij vangt mij op bij de tweede controlepost/ravitaillage en zegt: 'Man, je grijnst van oor tot oor!' 'Ja, ik heb 't naar m'n zin, hier. Dít is het', zeg ik in mijn jeugdige overmoed.
In die euforie raak ik mijn ploeggenoten kwijt. Na mezelf wederom te hebben volgepropt met allerhande maagbezwerende zoetigheid, ben ik ze ineens uit het oog verloren. De hemelsgroene Bianchi van Jan, de GIOS-blauwe... ehhh... GIOS van Floris, de grijze Van Herwerden van Martin zijn nergens meer te bekennen. 'Amai, ze zijn vertrokken', denk ik.
Ik stort me in de achtervolging. Rijd van grupetto naar grupetto. En trek door, als ik ze niet ontwaar tenmidden van de coureurs die ik passeer. Een enkeling denkt te kunnen meeliften, maar dat valt tegen. Bruco heeft haast.
Het Materiaal (1)
De jacht op mijn ploegmakkers is nog niet zo gemakkelijk, want ergens heeft mijn achterderailleur een tik gekregen. Lichter schakelen lukt nog wel, maar zwaarder dan kransje-19 krijg ik niet meer geschakeld, wat ik ook probeer. Op le 'Pavé du Buat' hapert ook de voorderailleur; de ketting wil niet meer naar het binnenblad. En laat die 'Buat' nu net een gemene helling zijn (de enige 'secteur' met een Vlaams steigingspercentage)... Ik pers er alles uit, houd vaart, hoor het 'geruststellende' geluid van een ketting die alsnog de 39 opzoekt en kom boven. Geweldig!
Maar handig is anders. Dépannage is dringend gewenst.
Zulks geschiedt in Arenberg, een 'pittoresk' (want voormalig en gerestaureerd) mijnwerkersdorp. Daar laat ik Netty, de mécanicien van dienst bij Le Champion, toch maar eens friemelen aan mijn getrouwe versnellingsapparaat. Zij doet dat razendsnel en kundig. Diagnose: weinig aan te doen. Maar met een beetje handigheid kun je nog steeds op- en afschakelen: kwestie van de grote pook tegenhouden, terwijl je het kleine hendeltje bedient. Check!
De tactiek (3)
Wie schetst mijn verbazing als mijn ploeggenoten zich gedrieën, en met Geestdrift, melden in Arenberg. 'Ja, Carla zei al dat je ervandoor was. Wij dachten nog, die is gek.' Misverstandje. Kan gebeuren, zonder ploegleiding en zonder 'oortjes'. Ik ben zielsgelukkig: mijn 'chasse' (patat? ja wat?) is teneinde. Martin maakt van de gelegenheid gebruik en laat z'n onderweg gekwetste band nalopen.
Carla instrueert: 'Nu komt het ergste: Arenberg en Wallers. Als jullie daar doorheen geraken, dan is 'ie in de knip.' Terloops observeert zij hoe wij nog altijd bulken van de Moraal.
Het parkoers (2)
Gelukkig is daar de mooiste, en gemeenste, strook van het stel. Nummer 20: 'La Tranchée d'Arenberg' (2400 meter). Kippenvel. Er is weinig publiek, dus de parallelweg is een optie. Maar niet voor Bruco: die is hiervoor gekomen, die wil deze beker helemaal leegdrinken. En verslikt zich erin: nondedju, gerestaureerd of niet, die keien liggen er heel, heel slecht bij. Dit monument dwingt respect af; voor de eerste keer zakt de teller richting de 20 km/h, is er geen sprake van een 'ideale lijn', voel ik me als het ware wegzakken. Met een schuin oog (wellicht scheel van vermoeidheid), kijk ik naar degenen die voorbijrazen op de 'inhaalstrook'. Mijn bek valt open als iemand me over de kasseien voorbijstuift... Klasbak! Voor het eerst ervaar ik aan den lijve wat het betekent als je in vredesnaam niet meer weet hoe je het stuur nog moet vasthouden, hoe je die klappen moet opvangen, hoe de 'coupe de pedale' verandert in een 'cri de coeur'.
De volgende stroken zijn ook voor fijnproevers: 'Wallers' (een luttele kilometer) is in al zijn eenvoud een regelrechte killer. 'Hornaing' is met zijn 3700 meter domweg te lang om leuk te zijn. Mèn, er komt geen eind aan dat ding. De uitputtingsslag is nu echt begonnen. Op 'routine' neem ik 'Warlaing' (2400 meter) en Tilloy (idem) nog voor lief, maar ik voel dat de tank leeg raakt. De hartslag, cq. het vermogen, laten zich niet meer opjagen. Inhalen, cq. bijblijven, is niet evident. Het kost kruim.
Bijtanken, dus, in Beuvry-la-Foret (188 km). Daar zijn behalve de snelle suikers die ik niet meer aankan, ook substantiële 'supplementen' voorhanden. Zoals voorverpakte boterhammen, koffie en cola. Daar neemt de équipe eens goed de tijd voor. De 'mot' zit erin. De ploeg rijdt en rust op het tandvlees. Jan, die de hele dag als 'n brommer rijdt, dommelt zelfs in slaap. Martin is nog optimistisch (klasse!). Floris is onverminderd gretig. Bruco weet dat z'n kaarsje uitgaat. Och had ik maar...
Van nu af aan wordt het sterven; ieder voor zich, de 'Hel' voor allen. We zijn zover gekomen, nu gaan we het afmaken ook. Hoe, dat zien we dan wel weer. Eerst maar eens de boel in gang trekken en de volgende, bij voorbaat vervloekte, 'secteurs' overleven.
Het parkoers (3)
Dat valt verdoeme tegen, zeg. We krijgen onder meer de 'weg naar het slachthuis' (nr. 14, 1700 meter) en—erger nog—'Mons en Pevelé' (3000 meter) onder de wielen. Ik ben dan al lang opgehouden e.e.a. nauwgezet te analyseren: moeilijkheidsgraad, lengte, verzetkeuze, intensiteit. Allemaal 'zever'. Just another piece of pain... Per angusta ad augusta...
Met horten en stoten (letterlijk), en op gepaste afstand van elkaar, halen we de voorlaatste contrôle, in Cysoing (228 km). Daar weet ik van ellende niet meer wat ik nu nog in dat uitgewoonde lijf moet proppen. Vast voedsel staat me tegen; nog één zoet sportdrankje en ik ga over m'n nek. Of wat daarvan nog over is, want 't nekkie is eraf. Ik ben in 'no man's land', daar waar ik dit seizoen niet op heb getraind (de hele lange adem), op 'terra incognita' (wat weet ik nu helemaal van kasseien), in Dante's 'Inferno'.
Met de blik op oneindig vervolgen we de route. De eerstvolgende strook scheurt de ploeg direct weer uiteen. Jan heeft zijn tweede (of derde, daar wil ik vanaf wezen) adem gevonden en valt de kasseien keurig aan. Ik zie hoe Floris een bocht mist (was dat op de 'Calvaire', nr. 5? Hoe dan ook, daar scoort 'ie zijn tweede lekke band). Martin zit niet ver achter ons. Ik draai m'n karretje wederom in de poep, op het binnenblad, zonder 'Macht', zonder snelheid, zonder 'Overtuiging'. Maar met Bezieling.
We wachten op Floris, hergroeperen, en beginnen aan de Finale. Maar de 'compactheid' is weg. Floris en Jan kunnen, uiteindelijk, nog redelijk doorhalen. Martin heeft de 'cruise control' aangezet. Wel zo verstandig.
Daartussenin zwem ik. Het is inmiddels bloedheet geworden. Ik sneuvel een soort op het roemruchte 'Carrefour de l'Arbre' (2120 meter) en de naadloos daarop aansluitende 'Pavé de Gruson' (1100 meter). Daar waar Parijs-Roubaix voor de échte mènne zo dikwijls wordt beslist. Daar waar zoveel sfeer hangt, dat ik wederom kippenvel krijg. Leeg, (betrekkelijk) langzaam en lijdzaam worstel ik en kom boven (wederom vals plat, nog steeds die Noordenwind). Amai.
Met het resterende asfalt reken ik af in 'duurzône 1', niet echt een hartslag die je associeert met een Finale. De laatste échte 'secteur' van de dag, het 'Pavé de Hem' (op 243 km, 1400 meter lang), laat ik aan me voorbijgaan: ik pas en rijd door het gootje. Watje... Nog één keer til ik mijn zere kont van het zadel en trek de Litespeed op gang, voor de laatste vijf kilometers. Oké, dan. De 'intocht' in Roubaix wordt ontsierd door het verkeer (waar we de hele dag geen last van hebben gehad, overigens) en veel stoplichten. Maar mijn schamele 30 km/h blijkt goed afgestemd op de 'groene golf'; ik hoef niet te stoppen. Op de allerlaatste strook, de 'Charles Crupelandt', schiet ik in de lach. Om ons deze 300 meter kasseiensnelweg te gunnen, heeft de organisatie het verkeer omgeleid. Prachtig! Ik voel die steentjes niet eens.
Wellicht ook omdat direct daarna de afslag naar het Vélodrome volgt. Daar binnenrijden, na zo'n veelbewogen dag, da's pure wielermagie. DFi (did finish)! Er is niemand om tegen te sprinten. En dat is maar goed ook. Want ik ben zo ontiechelijk naar de kloten en ook veel te gelukkig om me te verlagen tot een laffe spurti. Parijs-Roubaix zit erop; ik ben een Flandrien!
De équipe (3)
In de 'middencirkel' zijn Floris en Jan al aan het herstellen en nagenieten. Spoedig meld ook Martin zich aan de streep. Vier smalle bekkies, waar opvallend weinig uitkomt. Is ook niet nodig. Tijd voor het zoveelste kippenvelmoment: de Douches. Betonnen kleedhokjes (annex 'retraîtes') die zijn voorzien van naamplaatjes van de winnaars van 106 edities 'Enfer du Nord'. 'Charles Crupelandt' is nog vrij... Vind ik wel toepasselijk, al had ik graag gemediteerd met Andrea Tafi of Cyrille Van Hauwaert. Na de mooiste douche van mijn leven stort ik me op enkele palliatieve pilseners, een vieze worst en een 'portion de frites'. Instant recovery!
Intussen druppelen er nog altijd coureurs binnen. Allemaal helden! Rispetto!



















Gerard van Dongen:
Wat blijft dit toch een heerlijk verhaal. heb het nu een paar keer gelezen en blijft genieten!
Busreis Parijs:
Die keien zijn echt killing! Respect dat je hem hebt uitgereden!
Busreis Parijs's laatste blogsel... Louvre
Reageren