The fat lady sings
Je weet dat 't voorbij is, als de dikke dame zingt. In de Ronde van Noord-Beveland, een TMZ-klassieker voor Amateurs A, B en Masters 40+, klinkt de slot-aria—voor rupsje en de zijnen—nog vóór de koers goed en wel is begonnen: een kakafonie van piepende remmen, exploderend rubber en krakend carbon.
Met 127 mènne zijn we er weer ingetuind. Een kleine 115 kilometer koers over 's Heeren wegen ('rust en ruimte; de perfecte onthaasting', aldus de lokale VVV), een lentezonnetje en het vooruitzicht op windkrachtje 3. Lekker toch? Natuurlijk passen we straks niet met z'n allen op het podium, tegenover Hotel-Café-Restaurant 'De Kroon' in het idyllische Wissenkerke. Maar een rehabiliterende DFi, daar doet rupsje het ook wel voor. Ook Swift-ploegmaats VDBi, Clubkampioen Gio en Adrianus Flegmaticus hebben Goesting en posteren zich ruim op tijd in het startvak.
Uiterst ontspannen—voor zijn doen dan toch—overleeft rupsje de neutralisatie. Kantklossend over links schuift 'ie in de luwte enkele wielen op richting strottenhoofd van het péloton. Straks gaat het dijk-af, fietspad-op en wordt de waaieroorlog verklaard, weet rupsje. Daar is 'ie vaker geweest en wil 'ie zich niet laten verrassen.
Enkele bermtoeristen stuiteren binnendoor en smijten zichzelf blind tussen de wielen; anderen menen dat 'buitenom' sneller is en worden door de wind—3 Beaufort? Verre van!—weer terug de 'ideale lijn' ingeblazen. Rupsje houdt alvast de benen stil, want hij voorvoelt wat komen gaat: hier wordt gespot met de zwaartekracht, geflirt met het asfalt.
Twee fietslengten voor rupsjes fijnzinnige neus gaan de mènne er inderdaad 'klassiek' bij liggen. Adriaan is met (naar schatting) één derde van het péloton al voorbij; VDB kan om de pile-up heen sturen; Gio en rupsje moeten voet aan de grond zetten. Dat ziet de dikke dame graag.
Rupsje wordt ouderwetsch uitgefoeterd en aangezien voor fietsenrek. Een achterligger remt te laat en parkeert zijn voorwiel in des rupsen kuit—met achterlating van een eerstegraads brandwond. 'Strepen trekken', ook al is de bumper van de jury-wagen al lang uit beeld. Helaas ontbreken de beenstoppels om de 'fietsenstaller' zijn verdiende lek geven.
De dikke dame zingt vals: 'Bedankt en tot ziens!' Rupsje wil daar niet aan en duikt met enkele ferme lenderukken het gat in. De postorderbruid blijkt goddank ongedeerd en het stampvoeten jaagt het Sigmaatje naar gekende hoogten (52 km/h—heel even dan toch). Maar het péloton loopt, natuurlijk, uit. Solo verder zwemmen is zelfmoord; waar blijft de versterking?
Rupsje kijkt om en ziet hoe in het schijnsel van twee koplampen iets blauw-wits ter aarde wordt besteld. Gio? Die gedachte wordt inderhaast verbannen naar de verste uithoeken van de 'tunnel'. Een andere renner dient zich vloekend en tierend aan (vast geen Zeeuw, dunkt rupsje) en neemt resoluut de leiding. Kop-over-kop rijdend en hier en daar wat 'slachtafval' oprapend, knokken de 'vuilbek' en rupsje zich terug naar de 'groep-VDB'.
Op de 'kasseienstrook' (althans, wat daarvoor moet doorgaan) is de aansluiting een feit. Zo goed (VDB en enkele andere unsung heroes) en zo kwaad (veel gemopper over de haperende samenwerking) als 't kan, kachelt het derde (?) pélotonnetje door richting de tweede omloop.
Tenminste, dat is de bedoeling. Rupsje wordt na een tegenwindse kopbeurt op de kant gezet (lees: de berm ingereden) door een waaier-artiest. Die laat—niet als dank voor het aangenaam verpoozen— 'aansluitend' een joekel van een gat vallen. De groep-VDB valt weer uiteen, want rupsje kan, eens 'ie weer in gesprek is met het asfalt, de kloof niet dichten en de rest hangt op apengapen.
In pélotonnetje vier (?) is het dan ook slecht toeven. Veel gezever over 'ronddraaien'—vooral van mènne die zelf niets bijdragen—en (erger nog) gewauwel over 'te hard overnemen'. Alsof deze geslagenen tegen elkaar rijden, in plaats van tegen de klok. De dikke dame linkebalt vrolijk mee en doet nog een toegift, opdat ook rupsje weet dat 't over is.
De 'groep-rupsje', waartoe inmiddels ook Adriaan zich heeft laten afzakken, komt te laat voor een tweede omloop en wordt 'ge-elimineerd'. De uitgedunde 'groep-VDB' is wél door, gelukkig, maar rijdt de volgende 41 kilometer met de bezemwagen op de hielen. De vijf ronden plaatselijke glorie worden ook hun niet gegund, want de dikke dame kan slechts geduld opbrengen voor de allersterkste en/of meest fortuinlijke renners.
Misschien moeten we ook Gio maar tot die categorie rekenen. Bij het voortijdig inleveren van de rugnummers (hoe vaak nog?) blijkt hij inderdaad die blauw-witte, vallende schim in rupsjes ooghoeken een klein uurtje geleden. Wat bleekjes en geschaafd, maar verder ongedeerd, staat Gio na te trillen van zijn klassiekerdebuut.
De dikke dame vervolgt haar tournee. Maar zij moet niet denken dat zij overál het laatste woord heeft. 'Over' is nog niet 'uit'...



















Erik van der Maat:
Hey Bruco,
Lekker he die wind in ons Holland. Super ook dat je concullega's even lekker meedraaien in de waaiers. Tip: volgende keer gewoon de berm inrijden....
Erik
Reageren