Uitzingen, wringen en (nèt) niet meedingen
Zoveel is duidelijk: de Amateurtjes-B bungelen helemaal onderin de KNWU-pikorde. Voor onze categorie—de recreatieve hardfietsers—is het districtskampioenschap (Zuid-Holland) slechts 'officieus'. Voor mij—uit de hand gelopen toerder—zijn alle koersen 'officieus', dus wat zou het. Zodra de veiligheidsspelden door het lycra gaan en de kleedkamer begint te geuren naar (andermans) eucalyptus, is het feest.
Iets minder gelukkig ben ik met het feit dat wij B-tjes (net als de Masters en de Amateurs-A—maar die gaan er 'officieel' voor) het dit jaar mogen uitvechten op een clubparkoers, en niet op de openbare weg. (Nieuwelingen, Junioren, Beloften en Élite worden vandaag verwacht in Hardinxveld-Giessendam, een veel uitdagender strijdtoneel.)
Geen kwaad woord over het rondje van RCMD De Coureur te Maassluis, hoor. Het is mooi aangelegd, lekker groen en het bolt lekker. Maar het is niet erg selectief. Geen kamikazebochten en (afgezien van twee bruggetjes) geen hoogteverschillen. Een snelweg à la de Wielerplaneet of Sloten. Maar met meer sfeer, dat dan weer wel.
Om hier—officieus—districtskampioen te worden, heb ik twee opties (in oplopende volgorde van waarschijnlijkheid):
- Een klasse beter zijn dan mijn opponenten, ervandoorsperen en wegblijven.
- Een smak onverschrokkener zijn dan de rest, me in de Finale door het pak wringen en de massaspurt winnen.
Het moge duidelijk zijn: dit districtskampioenschap wordt een kolfje naar mijn hand; ik ga hier eens officieus uitpakken.
Het geeft dus niets dat ik good old Santos achterin het startersveld parkeer (het gezelschap telt circa 70 van die aandoenlijke wanna-B's). 25 ronden (à 2 kilometer) de tijd om dit te corrigeren. Gewoon een kwestie van timing.
Dat mijn benen bij de start direct vollopen, is misschien pijnlijk, maar het is ook een Teken van Macht. En het is mooi meegenomen dat mijn Swift-knechten—VDB, Premiejageri en Jeroen—ook wat publiciteit pakken door met de eersten langs onze onvolprezen FotoKoos te vliegen. Toch een leuk aandenken voor die gasten.
De eerste klim van de dag (hebben sprinters altijd moeite mee) en de daaropvolgende bocht (waar ik het dus moest stellen zonder mijn publiciteitsgeile loodsen) komen me op een gaatje te staan. Uiteraard panikeer ik niet. Even de kont uit het zadel en de 11 van jetje geven. Die doet het; aan het materiaal gaat 't vandaag alvast niet liggen. En één keertje (daar houd ik het vandaag maar bij, denk ik) aan de rekker hangen doet wonderen voor de Scherpte.
Afgezien van de nervositeit (tsja, niet iedereen kan bogen op zoveel Ervaring) en het bijbehorende gezwabber (tip van de Bruucmeister: een wintertje veldrijden doet wonderen voor de coördinatie) is het goed toeven in de staart van het péloton. Laat ze voorin maar lekker darren; vroege aanvallen zijn zowiezo een signaal van vormgebrek. Dromen staat vrij.
Geleidelijk dringt dit Inzicht ook door tot VDB, Premiejageri en Jeroen. Zij laten zich iets terugzakken en zetten hun aanvoerder vakkundig uit de wind. Daarover hoefden we van tevoren niet eens afspraken te maken, zo hard roept het podium in Maassluis mijn naam.
Tactisch genie dat ik mij daar ben, houd ik twee concurrenten in het vizier: Marco (een ex-broodrijder met wie ik twee jaar geleden in—of eigenlijk: na—Hillegom kennis maakte) en Piet (mijn 'mentor' en incidenteel trainingsmaatje van weleer, met misschien wel het langste palmares van Zuid-Holland). Hij had, gezien zijn veteranenstatus, later op de dag een potje 'officieel' kunnen gaan hardfietsen met de Masters. Maar Piet weet de B-garnituur wél op waarde te schatten.
Piet wordt niet zenuwachtig als er ergens halfweg koers een omvangrijke kopgroep ontstaat. Je krijgt hier—dat hebben wij natuurlijk in de smiezen—van-je-lang-zal-je-leven/een-pijnlijke-dood-zul-je-sterven geen vrijgeleide. Om van het péloton weg te rijden moet je... juist... een klasse beter zijn. En de klasbakken, die rijden voorlopig nog even achterin. Lekker tussen de wielen, zoals dat heet. De prijzen worden, zo wil het cliché, aan de meet verdeeld. De meet ruikt lekker, vandaag.
De onvermijdelijke samensmelting is weldra een feit. Dit spoort Marco aan tot een fraaie solo. Althans, dat verneem ik van KNWU-microfonist Johan. Dit hoofdstuk van de koers heb ik even niet gelezen; druk als ik ben met mooi op de fiets te zitten en te genieten van de uitstraling van de Swift-squadra (niet de grootste ploeg in koers, maar wel de leukste).
In zijn eentje geraakt Marco, diens grinta en niet-recreatief-hardfietsende verleden ten spijt, niet verder dan enkele ronden. Er zullen vast nog wel wat wanhoopspogingen zijn gevolgd. Maar dit districtskampioenschap zit keurig in het slot. Grupetto compatto. Bruco, zet de Pletwals (in een vorig leven—in koersjes waar minder op het spel stond—ook wel strijkijzer of frietsnijder genaamd) maar vast aan.
Mijn gregari weten hoe laat het is en ook target man Piet acht de tijd—met nog zo'n acht ronden voor de wielen—rijp. 'Zo, nu maar eens opschuiven.' De bescheidenheid (en waarom zou ik naast mijn Sidi's gaan lopen?) gebiedt mij te vermelden dat ik zulks, aftastenderwijs, vandaag al eerder heb geprobeerd. Tevergeefs. Er rijdt hier teveel irrelevant volk in de weg en ik heb de wringer thuis gelaten.
Binnenbochtje hier, buitenbochtje daar, met de schone smikkel (niets aan af te zien, overigens) in de wind—wat ik ook probeer, dat 'opschuiven' wil niet echt lukken. Mijn benen (nog steeds niet echt majesteitelijk, maar goed zat voor vandaag) jeuken en de focus is er (zelfs iets van flow). Maar ik mag hier dan nog zo officieus de districtspretendent zijn—dit koersje een beetje deftig afmaken, da's blijkbaar tóch niet zo évident. Niet alleen zit deze wedstrijd (want daar hebben we het toch over) op slot; Bruco staat in de file. De debatten achterin uitzingen krijgt onbedoelde, vérstrekkende, desastreuze (mag ik wel zeggen) gevolgen.
Zo kan het gebeuren dat dit districtskampioenschap geheel onverwacht aan mijn imposante neus voorbijgaat. En ook mijn ploeggenoten (die ik het desnoods best had gegund) verlaten Maassluis met lege handen. John Eggers (DRC De Mol)—alwéér hij—mag zich het komend jaar de kampioen van Zuid-Holland noemen (officieus, tenminste). Een schrale troost is dat Piet (baas boven baas) zich namens de RTV De Bollenstreek naar de derde trede van het ereschavot heeft gewrongen.
Aan Bruco de taak zich te revancheren en zijn palmares alsnog van iets glansrijks te voorzien...



















Reageren