Een caffeïnevrije Joop
Broodfietsers hebben Milano-Sanremo: 300 kilometer pélotonneren, even over de Cipressa en de Poggio 'wippen' en dan de (nagenoeg) onvermijdelijke massaspurt op de Via Roma/Lungomare—sedert 1907. Onbezoldigde polderstoempers doen het in de Joop Zoetemelk Classic: 150 kilometer door (meestal) weer en (altijd) wind, als eerbetoon aan Swifts meest gehuldigde wielrenner—sedert 2007. La Primavera; lente... We mogen weer!
'Speed Tour Operator' Henkarello had vooraf verordonneerd: de Swift Tour Élite zou de uitpijling controleren en waar nodig herstellen en het asfalt voorverwarmen voor de duizenden wielertoeristen in ons zog. 'Smoesjes thuislaten', had 'ie er voor de zekerheid nog aan toegevoegd.
Rupsje, die nooit verlegen zit om een excuus, bracht er drie mee naar het vertrek. Één: ook deze 'Joop' komt ietwat vroeg. Een 150-er heb ik nog niet in de benen; deze begin ik (vanwege een wekkerfoutje) zonder noemenswaardig ontbijt en verstoken van caffeïne. Twee: ik word straks tóch gelost in de Finale—da's een JCZ-zekerheidje. Drie: ik wil me vandaag een beetje sparen, aangezien ik morgen mijn rechtmatige titel in Alphen aan den Rijn moet terugpakken.
Daar staat dan weer tegenover dat de weergoden mij gunstig zijn gezind. Het regent katten, honden en andere huisdieren; er staat een straffe wind; het Groene Hart klopt zachtjes. Er hangt een grauwsluier over deze dag. Slecht nieuws voor de opkomst en de organisatoren; een zegen voor Rupsje. Niet dat ik mezelf als slecht-weerbeest beschouw; ik ben hooguit wat minder 'nat tussen de oren' (en wat beter 'gespekt') dan menig collega-coureur.
Met tien mènne trekken we onszelf in gang. De wind in de rug nodigt uit tot ouderwetsch branieschoppen. Windje mee kan iedereen hard rijden. Iedereen behalve décaf-rupsje. De spaarrekening moet worden geplunderd, wil ik de 'speed tourists' bijbenen. Nog vele 'slechte momenten' zullen zich aandienen; niet alleen voor Rupsje.
Vlak voor Boskoop (gaat er eigenlijk wel eens een ritje niet over Boskoop?) dient zich de eerste adempauze aan in de vorm van een lekke band. 'Samurai Specialized' heeft de primeur (er zouden nog vele leeglopers volgen) en mag een nieuw butylleke omleggen. Rupsje staat te soppen in zijn schoenen en voelt zijn nekharen vibreren, maar vergeet niet te eten: ontbijt op tijd! De Beuli, de Rekenmeester en de neo-Swabist wachten eveneens; de rest rijdt door, omwille van de pijlencontrôle onder tijdsdruk.
Voor Bodegraven is de aansluiting weer een feit. Ik herinner me niet hoe we het gaatje hebben dichtgereden, alleen dat ik daarin nogal 'ns moet verzaken, hetgeen De Beul niet onopgemerkt en onbesproken laat. Dat komt hem op een lekke band en ons—tesamen met de Voorrijder, de Samurai en de Zigeuner—wederom op een verkleumpauze en een ploegen-achtervolging te staan. De Apotheker zijn we dan al kwijt, vanwege moraalbreuk na een curieuze buiteling in een hoopje zand op een opgengebroken weg.
Bij de eerste contrôlepost in Woerden wachten Henkarello en de anderen, maar helaas geen bakkie (de ontwenningsverschijnselen beginnen serieuze vormen aan te nemen; ik had er graag nóg wat oponthoud voor over gehad). We zijn weer 'ns te vroeg ter plekke, liggen vóór op het vroegste schema. Dat treft, want vanaf hier gaat het tempo omlaag: zijwind (waaier-alarm) en tegenwind (harken).
Het wordt een zware slijtageslag; mijnwerken. Gitzwarte, doorleefde tronies, waar hier en daar een droge tong uitbungelt. Ieder doet zijn werk, min of meer, maar kopwerk voelt steeds meer als corvée en het slalommen over de openbare weg vergt concentratie en durf.
Terwijl we ons bij de ravitaillage tegoed doen aan Aquarius (een verbetering ten opzichte van de melk en yoghurtmeuk van de voorbije jaren) en krentenbollen (nooit geweten dat die dingen zo lekker kunnen smaken), merkt Henkarello tot zijn schrik op dat we zijn ingelopen door een grupetto 150-ers. Als een speer schiet 'ie weer in de pedalen, want even verderop moet er een stukje van de route worden omgelegd.
De anderen leggen dit uit als een koersvervalsende démarrage, die weliswaar veel te vroeg komt, maar niet onbeantwoord mag blijven. Rupsje heeft, wederom tevergeefs, alleen maar oog voor eventuele thermosflessen gevuld met Arabica en/of Robusta en gaapt richting de Leegte. Leiden is nog ver; 100 meter onbeschut asfalt is lang.
Gelukkig wordt het misverstand snel uit de weg geholpen. Een paar ménne laten zich uitzakken en escorteren mij richting wegomlegging. Daar ga ik met Henkarello, de Voorrijder en de Persmuskiet in de weer met verse pijlen. De anderen kiezen het wiel van het concurrerende grupetto. En rijden, naar later blijkt, verkeerd en op achterstand.
Gevieren hervinden we na De Hoef ons ritme. De Voorrijder doet zijn naam eer aan en neemt flinke delen van de—altijd lastige—Amstel voor zijn rekening. Henkarello is evenmin genegen tot capitulatie en snokt serieus mee. Rupsje draait stroefjes zijn rondjes in deze kleine caroussel. De Persmuskiet beperkt zich noodgedwongen tot aanklampen.
We komen terecht in de eindzône: daar waar de routes van de korte (pfff...) en de lange (Full Montyi) afstand samenkomen. De bagagedragers van de 45-ers en de 75-ers kunnen de weelde van de Swift Tour Élite niet dragen. We liften hier en daar wat mee, maar besluiten al snel dat 't zelfs voor ons uitgebeende viertal te traag gaat. Zo gaan we de Zigeuner, de Rekenmeester, de Samurai, en de Beul niet inrekenen, natuurlijk.
De neo-Swabist zien we wél terug. Tenminste, die komt ons na het keerpunt in Leimuiden voorbijgestoken (hij was al de hele ochtend koers aan het spelen), maar vergeet ons te melden dat hij zijn metgezellen na hun dwaling en enkele lekke banden maar voorgoed heeft achtergelaten. Tsja...
Over achtergelaten gesproken, Rupsje weet dat weldra de Finale aanbreekt. Of althans het moment waarop hij traditiegetrouw in het stof moet bijten. Dit jaar is het 'koersverloop' ietwat bizar, maar de benen niet minder verrot. Alsof hij gedachten kan lezen, adviseert Henkarello mij mijn kopbeurten kort te houden (nóg korter?) en wat langer van het bordje van de Voorrijder te blijven eten. Laatstgenoemde geeft grif toe dat hij het 'stampen' ook moe is. We zijn allemaal uitgewoond.
Wonderwel overleef ik aldus niet alleen de Ringvaart, maar ook het Joop Zoetemelkpad—onderbroken door een bandenwissel van de Persmuskiet—én het bruggetje halverwege de Leidseweg. Dan zijn de laatste kilometers door Leiderdorp en Leiden nog slechts een formaliteit en mogen, voor het eerst vandaag en voor het eerst in de JZC-historie, bij het passeren van de finishlijn de handjes van het stuur. Een zegegebaar tot besluit van een heuglijke Joop.
Zo, nu eerst een café of twee.



















Corniel:
Maar geen onderkoelingsverschijnselen. Dat is ook wat waard. :)
De 75 km die om 10:00 werd aangevangen was redelijk droog...
Reageren