Jambers ontleedt Bruco
Jambers zit dringend verlegen om een buitenbeentje. De deadline nadert (ook in dat opzicht is commerciële televisie meedogenloos) en zijn redacteuren worden nerveus. Dju, de 'randverschijnselen' geven niet thuis, nemen niet op, zijn ondergedoken in hun buitennissigheid. Waar is toch die overjarige, afgekeurde Soedanese kindsoldaat, als je hem nodig hebt? Weet iemand waar de poedelpooier van Dendergem 't laatst is gesignaleerd? Totdat Paul-hemzelf op het lumineuze idee komt het rupsje nog maar eens onder de lens en op de korrel te nemen. Altijd goed, zo'n 'hoe zou het toch zijn met...?' En misschien levert het dit keer wél 'schokkende beelden' op.
Met camera en microfoon in de aanslag, en gewapend met de nodige psychologie (type: van de koude grond) en haastig bijeengeschraapte—maar daarom nog niet minder degelijke (Paul is immers naast vakman ook Vlaming)—wielerkennis, reist Jambers af naar de Brucodome.
De inleidende voice-over is snel een feit; laat dat maar aan Jambers over. Zoetgevooisd en uiterst 'treffend', trekt 'ie van leer:
Het is al donker, als we het slaapdorpje Leiderdorp binnenrijden. Niet direct de domicilie van een groot 'campionissimo', zou je zeggen. Maar u en ik weten: hier huist er zo een. Althans, hier woont iemand die ervan droomt een Groot Kampioen te zijn.
Welke opofferingen een dergelijke ambitie met zich meebrengt, welke tragiek er schuilt achter het dagdagelijkse werk aan die Droom, het vallen en opstaan, het steeds maar weer trotseren van de elementen en de aangeboren tekortkomingen, het laatbloeien... Daarover hebben we de laatste keer gesproken, Bruco en ik.
Als Jambers aanbelt, doe ik—de mediatraining begint vruchten af te werpen—wat van me wordt verwacht: 'verrast, spontaan, open'. 'Hé Paul!' 'Dag Bruco. Wat ben je aan 't doen?'
Deze schijnbaar eenvoudige, maar o zo effectieve, vraag vormt de opmaat tot een diepte-interview, waarop Jambers het patent heeft. Niemand dringt sneller door tot 'de kern' dan deze aimabele Vlaming. 'Schrijnend', 'confronterend', 'onthullend'—maar altijd met respect voor de freak in kwestie.
We zijn inmiddels te gast op de Brucozolder, alwaar de computer zoemt en Bruco (weer) heeft plaatsgenomen achter het beeldscherm. Het vraaggesprek, het Grote Ontleden, kan beginnen.
J: Waar ben je mee bezig, Bruco?
B: Ehhh... Ik zit mijn administratie bij te werken.
J: Je bedoelt dat je jouw koersuitslagen aan 't updaten bent, je fan mail naleest, je prijzengeld aan het tellen?
B: Nope. Ik ben mijn trainingsritjes van de afgelopen dagen aan het 'loggen'.
J: [scherp als altijd] Ahhh... die ga je straks doorsturen naar je trainer, zeker.
B: Lachen met jou, Paul! Ik héb helemaal geen trainer. Ik ben mijn eigen trainer.
J: [kijkt veelbetekenend de camera in] Kóstelijk, dat amateurisme. Maar, Bruco, leg me dan 'ns uit waar die 'administratie' toe dient.
B: [kijkt allesbehalve de camera in, ook veelbetekenend...] Nou, gewoon. Om dáárom. Fietsen is 'data'. Die heb ik graag op een rijtje.
J: [laat zich niet zomaar afschepen] Want...? Dat geeft 'zin' aan jouw leven? Dat is jouw manier om de 'obsessie' in banen te leiden?
B: [overrompeld door zoveel to-the-pointness] Ehhh... Paul, daar heb ik niet van terug.
Daarmee heeft Jambers alwéér de vinger op de zere plek gelegd. Voor vanavond zit zijn werk erop. Rest alleen nog de 'dagsluiting':
Ja, beste kijkers, ook in grote kampioenen (of zij die zich daarmee vereenzelvigen), hoe vrij ook hun geest, schuilt iets autistisch, neurotisch. Neem onze Bruco. Altijd maar weer die borstband met speeksel bevochtigen [uit Jambers' mond klinkt dat bijna als een aanrader] en omgespen en na afloop van ieder ritje de 'data' uit het polshorloge vissen en in de computer kloppen. Zonder nu eigenlijk precies te weten wat 'ie ermee moet. Hij weet alleen dát 'ie 't moet. Je zou voor minder zot worden...
Tot zover deze aflevering. Overigens, over die 'data': op deze pagina vind je een korte toelichting op hetgeen Bruco zoal 'logt'. Omdat 'ie nu eenmaal niet anders kan.
Uitzending gemist?



















Reageren