Nee, ik heb geen bel
Pinksteren, mooi weer. Dus overbevolkte fietspaden, met daarop ook de onvermijdelijke zondagsfietser. Signalement: afritsbroek, streepjespolo, veel te bruin voor de tijd van het jaar. Liefst dezelfde fiets als vrouwlief (uiteraard het herenmodel). De zondagsfietser heeft veel ruimte nodig en blokkeert bij voorkeur de doorgang. Als je jezelf erlangs heb gewurmd/onderhandeld, haalt 'ie steevast zijn gelijk: 'Heb je geen bel, dan?'
Nee, ik heb geen bel. En die zou ik ook helemaal niet nodig hebben als de zondagsfietser zich niet zo breed zou maken. Ik heb aan vijftig centimeter genoeg... Wegpiraterij is niet voorbehouden aan wielrenners (mea culpa); de 'mènne zonder haast' kunnen er ook wat van:
- Onder alle omstandigheden naast elkaar blijven rijden. Samen uit, samen thuis, in de recreantenwaaier. De boel even op een lint trekken is blijkbaar te ingewikkeld.
- Keurig richting aangeven (waarvoor hulde) en direct afslaan (zonder te kijken); je staat immers in je recht; na jou de zondvloed (en een boel onnodig remblokrubberverlies).
- Paniek zaaien als je wordt ingehaald.
- De fiets volgt de oogbewegingen (en zwalkt dus over de weg); omkijken resulteert in allerlei capriolen. Een 'bike handling clinic' is voor het gros der zondagsfietsers geen overbodige luxe.
- Bij een waarschuwing van achteropkomende medeweggebruikers eerst uitgebreid omkijken (en dus zwabberen, zie hierboven), vaart minderen en, natuurlijk, zeuren over die fietsbel.
- Uiteraard midden op het fietspad parkereni om de kaart te consulteren.
- Etc.
Ik gun de zondagsfietser zijn plezier en juich het recreëren op de fiets natuurlijk toe. Maar soms, heel soms...



















Reageren