Strijkijzer
Nog ééntje dan. Om het af te leren. Niet voor de punten (de laatste 'reguliere' Swift/Neuteboom Tweewielers dinsdagavondcompetitie is immers vorige week verreden—en verregend), maar voor de leuk. En om, hopelijk, het clubwedstrijdseizoen (dat op de weg, welteverstaan) een beetje in stijl af te sluiten. Nog even wat plooien gladstrijken...
Dat wil zeggen: zeker niet lossen en misschien een escapade bijwonen. Want dat is door de bank genomen—enkele strapatzen daargelaten—toch wel wat het rupsje vermag, anno 2008.
Maar je weet het nooit, met mij...
De eerste rondjes hakken erin. Aanklampen, ruzie maken met de pedalen, en geleefd worden door de tempoversnellingen. Plus ça change, plus c'est la même chose...
Na 13 minuten en 47 seconden (ja, ik check regelmatig de hartslagmeter, om te verifiëren of de Brucodiesel al uit de rode cijfers is—meestal tevergeefs) besluit ik dat het 'stief kwartiertje' voorbij is. Nu kan 't me jeuken; nu rijd ik reglementair uit.
Dus maar 'ns voorin post vatten. De circa 25 alfa-mènne hebben er goed de sokken in. Ik sleur een fractie van een ronde achter de zoveelste ontsnapping aan en voel: 't gaat niet voor vandaag zijn; straks kletsen ze gewoon over me heen. Zo'n voorgevoel (u moet de brandende weet-ik-veel-ceps er maar bij denken) wordt doorgaans werkelijkheid.
De contra's dartelen over me heen, richting échappées. En ik word weer droogjes verwezen naar de arrière (derrière?) du péloton. Want het strijkijzer is nog steeds niet op stoom. Klik, klik, klik. Ketting rechts; harkeni maar.
Na circa (de hartslagmeter kan me nu niet meer boeien) 40 minuten koers, in de sprinti-serie voor het (virtuele) drie-rondenklassement, is plotseling doelstelling nummer twee aan de orde: kopgroep. Including yours truly, want die had op 't—potentieel—juiste moment zijn grote neus aan het venster gestoken (was op jacht naar de door hem zo verfoeide sprinters).
'We zijn los!', voeg ik mijn mede-avonturiers toe. Al was het maar om mezelf Moraal in te peperen. Maar of dit 'de slag' is? Raspaardjes, trekpaarden en schoonspringers—alle soorten zijn present. In groten getale (een mènneke of tien, schat ik). En da's teveel, want dan wordt 't een praat- en kijkclub, met een serieus collectieve-actieprobleem.
'We' houden onze voorsprong nog wel even vol (in het péloton draait het blijkbaar ook niet lekker rond). 'Nou kan je 'ns winnen', grapt werkpaard Hans, terwijl ik 'm eindelijk mag aflossen. Rije, rije, rije, dus... Maar onze uitbraakpoging houdt geen stand. Soit.
Ook de 'nastoot' (tegen beter weten in nog maar 'ns gaan op het moment dat de Anschluss wordt gerealiseerd) mag niet baten. Er wordt aangestuurd op een Massasprint (deze en gene late échappé niet te na gesproken).
En da's niet voor de strijkijzers. 'Je bent wél taai', zegt een Bollenstreker met wie ik samen in de laatste ronden de poort van achter dicht houd. 'Taai wel, maar niet snel', luidt mijn antwoord, which sums it up nicely. Dus bol ik als plusminus achttiende over de meet.
Niet ontevreden over het aldus afgeronde wegseizoen. Als laatbloeier tóch weer wat progressie geboekt—door de bank genomen. Op naar de cross!
















Reageren