Zwemmen
Met de 'mentale aquaplaning' (zeg maar 'natwatervrees') in de Swift/Neuteboom Tweewielers dinsdagavondcompetitie van vorige week nog vers in het geheugen, en een ietwat lauwe trainingsweek ('dipje') in het logboek, moet het rupsje vanavond maar eens aan de bak.
Het zijn er niet veel, die in dit vakantiezonnetje en deze herfstachtige storm hun opwachting maken. Achttien alfa-mènne aan het vertrek. Onder wie wederom een schare Swabisten en enkele notoire snokkers. We gaan de komende tachtig minuten dus niet in slaap sukkelen.
Integendeel. De koers komt direct tot leven, in weerwil van de wind. Daartegenin wegrijden is gemakkelijk, maar niet voor lang. De eenzame fietser, of een escapade à deux, is voer voor de kat. Het pélotonnetje laat de eerste avonturiers dan ook begaan. Dat komt mij goed uit, want ik heb het doorgaans niet zo op de eerste ronden.
Maar de 'backbencher' uithangen, dat wil ik vanavond niet. Dus handhaaf ik me—een inzinkinkje na circa tien minuten uitgezonderd—in de voorste gelederen. Daar heb je immers toch een beter overzicht, lopen de bochten lekkerder en kun je sleuren. En vanavond kies ik niet voor de berekening, maar wil ik mijn kas leegrijden. Achterstallig onderhoud.
Toch—wie verbaast het?—mis ik de slag. Of beter: de slagen. Bomb Squad revisited. Enkele klasbakken slaan, ieder voor zich, een bres, formeren een goed draaiende kopgroep, met daarin uiteindelijk vier overlevenden (Ronald Meijer, Jeroen Straathof, Sjoerd Timmerman en Jan van Straaten). Het is niet dat Bruco dit niet in de mot heeft, maar hij moet op alle démarrages passen. Ik zie met lede ogen (en lege benen) hoe de koers in de plooi valt.
Voor de handhaving van de orde in het (ietwat minder goed draaiende) pélotonnetje heb ik evenwel voldoende 'macht'. Ware daar niet die verdoemde (maar wel gerespecteerde) kopgroep, zou ik er punten hebben gepakt in de 'leidersprijs'. En ik bevind me veelvuldig, al dan niet in gezelschap van een patriot die ook droomt van plek vijf, tussen die kopgroep en het péloton. Toegegeven, nooit heel ver of heel lang verwijderd van laatstgenoemde entiteit.
'Zwemmen' heet dat, in het wielerjargon. In de Brucopsychologie (en uiteraard in de aan-de-bak-trainingsmissie van vanavond) een synoniem voor lekker bezig zijn.
Maar in de ronde van de waarheid (de laatste), houd ik me traditioneel afzijdig (afgezien van een halfslachtige versnelling op de bult—door enkele snoodaards geduid als 'sprinti aantrekken').
Nirvana? Zeker en vast!
Nevermind? Wat kunnen mij die paar puntjes nu bommen...



















Reageren