Swift Clubkampioenschap 2008: Afvalrace

nl
Wheelsucker

Amai, wat is koersen toch een moeilijk métier! Zelfs als de condities gunstig zijn (veel wind en nattigheid, zelfs een surreële sneeuwbui), en de benen goed genoeg (de zware Joop Zoetemelk Classic daags ervoor was wellicht geen optimale 'opwarmer') en het deelnemersveld lekker overzichtelijk (zie onder: condities)...

Als een volleerde prof stap ik om 12:00 op de rollenbank. Even het JZC-zuur uit de benen spinnen, en opwarmen voor wat komen gaat. De hartslag blijft voorspelbaar; de benen zijn niet top, maar kunnen ermee door. Dat valt dan weer mee. Dan slalom ik tussen de sneeuwvlokjes (goed nieuws!) naar de club, haal m'n rugnummer op en schuif aan bij de VDBi's (Gijs en Michiel; God is nog niet terug...). Beetje leuteren, koffieslurpen en zenuwachtig worden (mag best). Af en toe werp ik een blik op het televisietoestel, waarop de Ronde van het Groene Hart (de JZC voor profs; waaierkoers-eerste-klas) voorbijflitst. Nee, dan mogen wij clubrennertjes niet klagen.

Om 13:45 houd ik 't niet meer en ga op parkoersverkenning. Ik laat m'n jackie achter in de kantine, zal het straks vanzelf wel warm krijgen. Na welgeteld één ronde weet ik 't wel: het parkoers ligt er goed bij; zonder jasje is te koud. Overschoenen (tsss...) en beenstukken (pfff...) zijn ook nodig.

Om ietsje over tweeën beginnen we eraan. Gelukkig vertrekt categorie A (Junioren, Beloften, Amateurs A en Elite) een half minuutje voor ons (de B's: Amateurs B en C, veteranen en overige clubrenners). Die gasten trekken altijd direct van leer; dat doet in de Swifti dinsdagavondcompetitie altijd zo'n zeer. (Overigens zou Erik de A's in een indrukwekkende solo-tijdrit voorblijven, ondanks een lekke band in de laatste ronde.)

Niet dat het in de B's goed toeven is. Verre van. Het is een nerveuze toestand: mensen gaan in de weg rijden, gek sturen, gatenkazen. Daar ben ik geen voorstander van, zeker niet in het eerste kwartier, als de Brucodiesel nog niet loopt. Hoe dan ook, het Strijdplan (zoveel mogelijk verstoppertje spelen), kan direct overboord. Voorin rijden en de onveilige situaties zoveel mogelijk voor blijven. Één keer lijkt dit grandioos te mislukken: ik stuur ietsje naar rechts (om 'uit de wind' te geraken) en voel een 'ongewenste intimiteit' aan mijn achterwiel. Dat blijkt het voorwiel van klasbak Ilja; gelukkig kan hij wél sturen.

Dan breekt de koers (die al met al zeer levendig en amusant was) open. De eerste aanvallen, die—hoe kan 't ook anders—allen in schoonheid sterven. Ik zit te vaak en te lang op kop en veel te ver boven m'n omslagpunt om mee te spelen. Bovendien wordt ik ietwat afgeleid door het geluid van vallende coureurs (nooit leuk) en leeglopende banden. Het péloton dunt rap uit: afvalrace. En de 'coalition of the willing' (diegenen die helpen ontsnappingen te verijdelen) wordt almaar kleiner. Zelfs de gedoodverfde favoriet Davey moet de wedstrijd verlaten.

Toch houden we de boel redelijk op orde. Halverwege begint 't te sneeuwen en waan ik mij 'in control'. De hartslag blijft binnen de perken; plaagstootjes doen me niet zoveel pijn; ik weet wie waar zit, en waarom. De aanmoedigingen vanaf de zijlijn geven Moraal. Het snot bungelt uit m'n neusgaten, maar zit niet voor m'n ogen.

Maar dan valt de slag. Het is een soort drietrapsraket: Ilja vertrekt op de klim; ietsje later rijdt Roel ernaartoe en ook Arno wil zich de Vrijheid graag laten smaken. De kopgroep is een feit (op de een of andere manier voegt ook Hans zich, na een leegloper en dus een ronde vergoeding, zich bij de 'testa della corsa'). En ik zit er nondedju niet bij. Niet dat ik 't niet probeer (was 'this close' na Arno's jump), maar als 't gat eenmaal is geslagen, dan lopen de benen zo lekker vol...

Dus ben ik veroordeeld tot het péloton, alwaar men zich—enkele uitzonderingen daargelaten (chapeau, Ivo!)—opmaakt voor de... Ja, wat eigenlijk? Dat péloton, dat alsmaar verder uitdunt (DNFi's all over the place), legt zich erbij neer. En dringt mij 'de kop' op.

Helemaal wanneer na een uur de bel klinkt voor de laatste drie ronden. Ik mag met twee 'plakkers' naar de meet. Lekker dan. Noch John, noch Joris laten zich iets gelegen liggen aan 'eer' of mijn reputatie als sprinter (haha). Zelfs niet als ik demonstratief rechtop ga zitten en de 'slakkengang' inzet. Op een meter of 200 voor de finish nemen ze wél over. En hard ook. Voor mij hoeft 't dan al niet meer.

Want Arno heeft op dat moment Roel al lang en breed (niet zo heel lang en niet zo heel breed) geklopt in de sprint, en niet geheel ten onrechte. Ilja pakt de derde stek; Hans de vierde. Prima, natuurlijk, maar hier had meer in gezeten...

Reageren

Wordt niet aan de grote klok gehangen.
Voor bezoekers met een webstek/blog: vink dit vakje aan en CommentLuv plaatst een link naar uw meest recente websel/blogsel. Een ogenblik geduld terwijl uw site wordt nagevlooid...
;